Er was eens een koning die een groot feest gaf omdat zijn zoon trouwde. Maar de genodigden weigerden te komen, ieder ging zijn eigen weg of ze mishandelen zelfs de dienaren van de koning. In woede ontstoken laat de koning de moordenaars om het leven brengen en nodigt andere gasten uit … (Matteüs 22)
Wat een mooie parabel zou kunnen zijn over een feest waar uiteindelijk iedereen zonder preselectie welkom is, eindigt in geweld en afwijzing. Vanwaar al dat geweld in het evangelie? Er zijn daar zeker historische redenen voor aan te geven: de tijden waarin deze en andere verhalen ontstonden waren bepaald niet geweldloos. De Joodse opstand in het jaar 70 was nog maar net achter de rug. Die was door de Romeinen bloedig neergeslagen. We hoeven ons trouwens niet op de borst te slaan: het gaat er in onze dagen allemaal nog even meedogenloos en wreed aan toe.
Hoe bedroevend ook, al die verhalen mogen ons niet verlammen. We kunnen er ook een oproep in zien hoe nodig het is te blijven geloven in stappen die mensen samenbrengen aan een tafel waar voor iedereen een plaats is. Mensen zijn voor iets mooiers bedoeld dan alleen maar geweld, ongelijkheid en verdrukking. Dat is de roep die er door alles heen weerklinkt in de verhalen van de Bijbel. Het is het geloof in een droom die werkelijkheid wil worden, steeds weer, ongeacht alles wat hem doorkruist en saboteert. Die droom wordt in de Bijbel vaak voorgesteld in beelden van een bruiloftsfeest. We horen het in dat prachtige visioen van de profeet Jesaja in de eerste lezing (Jesaja 25,6-10a) van zondag 11 oktober. De Heer richt op zijn berg voor alle volken een feestmaal aan met uitgelezen gerechten en gelouterde wijnen. Het is goed dat we die droombeelden blijven beluisteren en er ons laten door oproepen.
Maar daar eindigt het niet bij. Wie zich door de droom laat aanspreken, wie ingaat op de uitnodiging tot het bruiloftsfeest, moet beseffen dat die weliswaar open en vrij toegankelijk is voor iedereen, maar niet vrijblijvend is. Wie deelneemt, wordt verondersteld zich te engageren en niet enkel te consumeren. Dat leert ons de pijnlijke anekdote op het einde van Jezus’ gelijkenis van de man die geen feestkleed draagt. Hij was niet gekleed voor de bruiloft.
In die zin is het een parabel met een open einde. Het antwoord ligt bij ieder van ons. Hoe gaan we om met de uitnodiging die ieder van ons in handen is gelegd? Van één iets wil deze parabel ons alvast overtuigen: Gods uitnodiging blijft klinken. Overal waar mensen zich het lot van slachtoffers en uitgeslotenen ter harte nemen, blijft zijn stem hoorbaar in deze wereld. Zo is Hij onze God, de God waarop ook Jezus vertrouwde en waarop wij mogen hopen, met alle kracht die er in ons is.
Jos Houthuys