“Er is een tijd van spelen
en een tijd van werken,
een tijd van fantaseren
en een tijd om uit je fantasie te scheppen,
een tijd van op de barrikades springen
en een tijd van naar beneden komen
om je kreten uit te werken,
een tijd van protesteren
en een tijd van doen waarvoor je demonstreerde,
een tijd van zijn en zingen met tienduizend
en een tijd van maar met twee of drie beginnen in Godsnaam.
Een eeuw vooruitzingen is gemakkelijker
dan één stap voorwaarts zetten.
God uit zijn hemel bidden, dat gaat nog wel,
maar één mens uit zijn schelp, dat is het ware wonder!
Neerzitten en koesteren wat je hebt gewonnen,
daar kan het niet om gaan.
Het gaat bij God om mensen
die opstaan en verdergaan!”
Wie altijd maar wacht op gunstige wind
komt nooit aan zaaien toe.
Wie altijd maar wacht op beter weer
komt nooit tot maaien.
Zoals je niet weet
hoe beenderen gaan leven
in de schoot van een moeder,
zo weet je ook niet hoe God werkt.
Begin maar gewoon ’s morgens te zaaien,
en gun je handen geen rust voor het avond is.
Misschien komt alles wel goed.
uit het boek Prediker
Vrienden, broers en zussen in het geloof,
40 jaar geleden op 24 mei, toen Pinksterzaterdag, werd ik door een nog heel jonge aartsbisschop Godfried Danneels tot priester gewijd. De 2 bovenstaande teksten koos ik om op de voorpagina van het boekje van de wijdingsviering te zetten; ze vertolken wat mij toen als jonge man van bijna 28 jaar bezielde en dreef. Nu, 40 jaar later, blijven ze me nog steeds op weg zetten, ook al is er in die lange tijd heel veel veranderd in onze Kerk en in de wereld. Het was zeker niet de meest evidente en gemakkelijke periode om priesterwerk te doen, maar uitdagend bleef het wel. Ik kijk erop terug met grote dankbaarheid om al wat ik als pastor, samen met vele medegelovigen, kon doen en opbouwen. Na mijn burgerdienst van 20 maanden, deed ik dat vanaf maart 1982 in Watermaal-Bosvoorde en Oudergem, en sinds december 1994 in Ukkel, en nu al bijna 10 jaar in ‘Betlehem’. Ik denk dat ik mijn best heb gedaan om mijn pastortaak zo goed mogelijk te vervullen, maar zeker heb ik ook heel wat kansen gemist, en wellicht af en toe toch mensen ontgoocheld; daarvoor vraag ik oprecht om vergeving. En lang niet alles wat we met veel energie en creativiteit opgebouwd hebben, heeft stand gehouden… maar zo gaat dat nu eenmaal, zei collega Marcel me nog een paar dagen geleden.
Ik was blij verrast met het - ondanks corona - verzamelde volkje dat me op zondagmorgen 24 mei aan de Sint-Pieterkerk in de figuurlijke bloemetjes kwam zetten, met het olijfboompje, en nog meer met de talloze brieven en kaartjes, die ik kreeg met heel veel hartverwarmende woorden en mooie tekeningen van kinderen. Een heel warme dankjewel.
Met de bijgevoegde foto van de wijdingsviering, waarop mijn petekindje Sara, toen nog net geen 3 jaar, mij in de bloemetjes zette, wil ik iedereen nu van harte een bloemetje van dank terugschenken voor alle vriendschap die we samen mogen delen en beleven... (en meteen zie je ook hoe ik er toen helemaal anders uitzag).
Van harte,
jullie pastor Jan.