Zondagochtend 5 april vierden wij in onze kerk ons grootste feest: Pasen, feest van Jezus’ opstanding, feest van Leven dat het wint van de dood.
Achteraan in de kerk ontstaken wij de nieuwe paaskaars en zegenden haar Licht.
‘God, geef dat dit licht bron van leven wordt voor onze gemeenschap,
bron van hoop voor ons die vandaag een nieuw begin maken,
bron van liefde voor allen die delen in onze paasvreugde.
Help ons om trouw te blijven aan wat wij vandaag ontvangen.’
Vormelingen gaven het licht door aan iedereen in de kerk.
Intussen zongen we:
‘Kondig het aan, de Heer is verrezen, zeg aan de wereld dat Jezus leeft.’
Ieders licht bleef de ganse viering branden in de zandbakjes die we daartoe hadden klaargezet.
En ja, ondanks zoveel gruwel en zinloos geweld, wensten we elkaar Gods vrede toe.
Omdat wij erop vertrouwen dat die Vrede kan komen als wij elkaar bemoedigen, hoop geven, tot leven wekken.
Want Pasen, zo hoorden we, is geen feest om naar te kijken, maar een feest om te voelen en te beleven.
Een feest om zelf te verrijzen uit het kluwen van duister en dood, om veerkrachtig te Leven.
En als afsluiting, terwijl nogmaals de klokken luidden, kreeg ieder een paasei en vierden we nog gezellig verder bij een koffietje, een wijntje, een paaseitje.