De eerste lezingen van de veertigdagentijd in het A-jaar gaan met reuzenstappen door de geschiedenis van het joodse volk. Alles begint met Adam en Eva, 'Meneer de mens' en 'Mevrouw het leven'. Adam en Eva zijn symbolische namen die niet alleen staan voor de eerste mensen, maar ook voor elke mens, voor alle mensen.
God boetseert de mens en blaast hem levensadem in.
Oorspronkelijk was er een nabije relatie tussen God en mens. God is onsterfelijk en kent goed en kwaad.
Nadat de mens van de vruchten, is hij bang voor God: hij is zich bewust van zijn naaktheid, zijn schamelheid, armoede en kleinheid.
De slang is de verpersoonlijking van het kwaad dat in de mens leeft: hij wil aan God gelijk zijn. Dus is hij zelf verantwoordelijk voor het kwaad.
In psalm 51 beseft David dat hij in de fout ging en hij vraagt God om een nieuw, zuiver hart.
Het evangelie begint met de volgende passage: "De Geest bracht Jezus naar de woestijn. Daar zou de duivel proberen om Jezus te laten zondigen. Veertig dagen en nachten was Jezus in de woestijn zonder iets te eten. Hij had erge honger gekregen."
Chantal Leterme verklaart en actualiseert woestijn, duivel en 40 op de website Bijbel in 100 seconden als volgt:
"De verleidingen gebeuren in de woestijn. Dat is niet de Sahara. Dat is de woestijn van de miskenning, de vereenzaming, de depressie, de isolering door ziekte, door verlies, of door een gebroken relatie. Woestijn is leegte. Niemand hebben. Het niet meer zien zitten. Er alleen voor staan. Troosteloosheid. Mensen kunnen harde woestijntijden meemaken! Dan is de bekoring groot om er de brui aan te geven. Dan moet je geestelijk sterk staan om staande te blijven. In je geloof, in je vertrouwen, in de liefde."
"Als men in de Bijbel ‘veertig’ schrijft’, wil dat niet zeggen: precies veertig. Het is de tijd die nodig is om zich op iets voor te bereiden, om zich over iets te bezinnen. (Volgens sommigen is dit getal geïnspireerd aan de duur van een zwangerschap (± 40 weken) Mozes (vertegenwoordiger van de wet) en Elia (vertegenwoordiger van de profeten), vastten 40 dagen en nachten in de woestijn. En het joodse volk trok veertig jaar door de woestijn, vooraleer het in het beloofde land aankwam. Het kreeg zo de tijd om zich de geboden eigen te maken die het aan het begin van die tocht kreeg. Zo was Jezus veertig dagen in de woestijn om zich te bezinnen vooraleer Hij overal in Palestina rondtrok om het evangelie te brengen."
"Duivel in het Grieks diabolos, in het Frans diable, in het Hebreeuws Satan of tegenstander. Diabolos betekent letterlijk iemand die er zich tussen gooit en een bepaalde orde verstrooit. (B.v. het verbond tussen Jezus en de Geest / God). Op die manier verpersoonlijkt de duivel het kwade (goddeloosheid, onrecht ... ). De voorstelling van de duivel met bokkenpoten, een staart en horens is daar een volkse inkleuring van."
Het gesprek tussen Jezus en de duivel is een innerlijk gesprek met zet en tegenzet, een tweestrijd die zich in het gemoed van de mens afspeelt. De duivel spiegelt Jezus bezit, succes en macht voor. Jezus moet kiezen of Hij daarop ingaat dan wel of Hij zijn leven oriënteert op God en aandacht heeft voor wie in nood is.
Mia Verbanck, teamlid liturgie en gebed in OLV Middelares
----------------
BIJ DE EERSTE LEZING
Een zinsdeel uit het tweede scheppingsverhaal valt me ineens op. ‘Dan plant God een hof in Eden, in het oosten.’ Het paradijs is dus te vinden in Eden, in het oosten. Ik heb eigenlijk geen flauw idee, maar er zijn vast wetenschappers geweest die een poging hebben ondernomen de exacte plaats van de hof in Eden te lokaliseren. Niet gelukt, vermoed ik.
Mij treft vooral de plaatsbepaling ‘in het oosten’. Dat is een relatieve aanduiding. In het oosten – welke plek dat is, is afhankelijk van waar jij je op dat moment bevindt. Je kunt er niet naartoe. Of nou ja, je kunt er wel naar op weg gaan, maar je bereikt het nooit, want als je er bent, ligt het oosten weer verderop. Het is net als met de horizon; daar kun je ook nooit aankomen. ‘Het oosten’ is ongrijpbaar. Het is geen plaatsaanduiding, maar een richtingwijzer.
We kunnen wel iets zeggen over ‘het oosten’. Het is de plek waar de zon opkomt. Daar waar het licht de duisternis verdrijft. De plek waar de nieuwe dag begint. De plek waar een nieuw begin wordt gemaakt. De plek van nieuwe kansen en nieuwe mogelijkheden. Waar alles nog open ligt, nog niets is gestold in vaste vorm. Het oosten is de plek van de oorsprong van alles, van pure potentie. Op die plek, waar alles mogelijk is en waar opnieuw kan worden begonnen – daar ligt het paradijs.
Het paradijs is geen plek, het is eerder een moment. Het is het moment dat, na de nacht, een nieuwe dag begint. Het moment dat de duisternis zich gewonnen geeft aan het licht. Het is het moment dat het inzicht oplicht en de onbewustheid verdrijft.
Marga Haas, Parelduiken in de Bijbel, nr 224 - januari 2023
-----------------------------
BIJ HET EVANGELIE
Het eerste wat drie van de vier evangelies ons over de volwassen Jezus vertellen, is dat Hij door Johannes gedoopt wordt in de Jordaan en dat Hij daarna veertig dagen in de woestijn verblijft. Dan pas begint Hij aan zijn openbaar leven.
Waarom veertig dagen in de woestijn? Dat doet denken aan Mozes en de Israëlieten, die veertig jaar door de woestijn trokken, op weg naar het beloofde land. Jezus treedt in de voetsporen van Mozes en van zijn volk. In de woestijn is het leven hard. Je lijdt er honger en dorst, en je krijgt er oog voor wat echt belangrijk en noodzakelijk is in het leven. In de woestijn zijn geen gebaande wegen. Je moet er keuzes maken, de goede richting zoeken. Je wordt er 'op de proef gesteld', zegt de Bijbel.
Zo gaat het ook met Jezus. Voor welke levensweg kiest Hij? Wat voor een Messias zal Hij zijn? Een die succes zoekt, eer en macht? Een die mensen met verstomming slaat door zijn grootse prestaties? Of een die zich ten dienste stelt van de armen en de kleinen? De evangelies stellen het zo voor, alsof Jezus deze beslissende keuze aan het begin van zijn openbaar leven heeft gemaakt, tijdens een bezinningsperiode in de woestijn.
Maar 'veertig dagen' of 'veertig jaar': dat is in Bijbelse taal 'een zeer lange tijd'. In feite heeft Jezus die keuze telkens opnieuw moeten maken, zijn leven lang, tot op het moment van zijn arrestatie en zijn terechtstelling. Want kiezen moet je elke dag.
Paul Kevers