-------
Zo lang er adem is, is er hoop
Het valt me op hoe vaak
adem
een rol speelt
in vele Bijbelverhalen.
Al van bij het begin
in het boek Genesis.
God blaast de mens
zijn levensadem in.
Adem is leven.
Als je niet meer ademt,
is het ermee gedaan.
Dan ben je dood.
We zouden gemiddeld per dag
ongeveer 23.000 keer
in en uitademen ...
Een mens kan
naar adem snakken, hijgen,
ten einde adem geraken,
als hij gelopen heeft,
als hij een stresserende,
zware periode
achter de rug heeft.
Je trapt dan op je adem.
Je moet op adem of
op verhaal komen.
In de eerste lezing
van 22/03
zit het volk in Babylon
in zak en as.
De fut is eruit.
Ze zijn hun adem
kwijtgeraakt,
ze hebben geen
perspectief meer.
Geen hoop.
Dan zegt God
bij monde van
de profeet Ezechiël:
"Ik zal jullie
een nieuwe adem geven."
God wil dat de mens leeft,
tot zijn laatste ademtocht,
zo zegt
het Eerste Testament.
En Jezus zet dat
ontelbare keren
in de praktijk.
Hoeveel mensen
heeft hij er niet
bovenop geholpen?
Hoe vaak heeft hij
de figuurlijke schijndood
van blindheid, doofheid,
verlamming en bezetenheid
niet doorbroken
en mensen
hoop en
nieuw perspectief
geboden?
Zodat ze weer op adem
konden komen.
Het verhaal van Lazarus
is geen tovenarij.
Lees het niet letterlijk!
Het wil duidelijk maken
dat Jezus mensen
een nieuwe adem geeft,
nieuw leven.
In Jezus licht God op.
Hij doet zoals God
die Hij zijn Vader noemt:
Hij geeft leven!
Johannes laat Jezus
zelfs zeggen:
Ik BEN
de Verrijzenis en het Leven!
Mia Verbanck
teamlid liturgie en gebed