In de eerste lezing komt de profeet Ezechiël aan het woord.
Hij was priester en tijdgenoot van Jeremia.
Toen Jeruzalem in 597 voor Christus door Nebukadnesar belegerd werd, maakte hij deel uit van het eerste transport ballingen naar Babylonië.
Toen het volk alle hoop had laten varen, verkondigde hij een boodschap van hoop: God zal zijn volk een nieuw bestaan geven.
"Ik zal mijn adem in jullie blazen, zodat jullie weer levend worden. Ik laat jullie weer in je eigen land wonen. Dan zullen jullie begrijpen dat ik de Heer ben."
In het evangelie horen we het lange verhaal van Lazarus, opgetekend door Johannes.
Jezus roept zijn vriend Lazarus uit de dood, een wonderlijk verhaal waarmee Johannes duidelijk maakt dat Jezus leven brengt waar dood is.
De kern van de lezing ligt in de woorden van Jezus: " Ik ben de verrijzenis en het leven. Wie in mij gelooft zal leven, ook al is hij gestorven, en ieder die leeft in geloof aan mij zal in eeuwigheid niet sterven!"
Jezus incarneert de levenwekkende kracht van God.
God manifesteert zich in Jezus
Mia Verbanck, teamlid liturgie en gebed OLVM