In het Middelnederlands is 'boeten' = 'herstellen'.
Vissers 'boetten' hun gescheurde visnetten.
Gebroken potten werden 'geboet' of aaneengelijmd
en in de pijpfabrieken gebruikte men 'boetaarde' om de pijppotten te herstellen.
'Boeten' werd ook gebruikt om het vuur dat smeulde onder het as, weer op te stoken.
In het Oudsaksisch betekende 'boeten' ook helen, genezen.
Door die positieve inhoud past 'boeten' meer dan 'vasten' bij de veertigdagentijd.
Dat is een periode waarin we weer kunnen aanknopen met God, mens en wereld.
Een tijd om wat gescheurd is te herstellen, om gebroken potten te lijmen,
om het ingeslapen en smeulende vuur weer aan te wakkeren.
Bijbel in 1000 seconden