De veertigdagentijd begint met Aswoensdag en eindigt met Paaszaterdag.
Als je de zondagen - die niet als vastendagen beschouwd worden - niet meetelt, bekom je veertig dagen.
De datum van Aswoensdag wordt bepaald door de datum van Pasen.
De laatste week van de veertigdagentijd wordt de Goede Week genoemd.
‘Veertig’ is in de bijbel het getal dat doet denken aan: bezinning, inkeer, leertijd, voorbereiding.
- Zo verbleef Noach veertig dagen en nachten in de ark,
- Mozes was veertig dagen op de berg Sinaï,
- het volk Israël trok veertig jaar door de woestijn,
- Elia was veertig dagen in de woestijn,
- Ninive kreeg veertig dagen tijd om zich te bekeren.
- Jezus verbleef veertig dagen in de woestijn,
- voor de uitzending van Paulus en Barnabas, kwamen de eerste christenen veertig dagen bijeen om te bidden en te vasten.
'Veertig staat voor de tijd die een mens nodig heeft om zijn leven weer op de sporen te krijgen. In het Oude Testament was veertig jaar de gemiddelde duur van een mensenleven. Wat betekenisvol inhoudt dat elke mens, of hij nu dertig, vijftig of tachtig jaar oud wordt, eigenlijk veertig is en altijd onderweg naar de ultieme Godsontmoeting. Want zoals een kind veertig weken in de moederschoot groeit, zo zijn we levenslang - veertig jaar - onderweg naar onze eindbestemming bij Hem.' (Agnes Lameire)
Veertig dagen of jaren als voorbereiding op de activiteiten die daarop volgden. Zo gezien is de veertigdagentijd de voorbereidingstijd op Pasen. Vroeger noemde men die periode de ‘vasten’, omdat er in die periode veel minder gegeten werd. Op bepaalde dagen at men ook geen vlees of eieren. Maar omdat ‘vasten’ niet de enige manier om zich op Pasen voor te bereiden, spreekt men nu van de ‘veertigdagentijd’: een tijd om na te denken en te doen wat men in zijn leven belangrijk vindt vanuit zijn geloof in Christus.
Bijbel in 1000 seconden