In het evangelie van Johannes klinkt, vlak voor het lijden van Jezus, een woord dat de Kerk al eeuwenlang draagt: “Ik laat jullie mijn vrede na; mijn vrede geef ik jullie, zoals de wereld die niet geven kan. Maak je niet ongerust en verlies de moed niet.” (Joh 14,27) Dat woord is geen slogan voor rustige tijden. Het wordt uitgesproken in een afscheidsrede, op een moment waarop de leerlingen de breuk voelen aankomen en nog niet begrijpen hoe die breuk bron van leven kan worden.
Die vrede is niet ons project. Jezus vraagt niet: “Wil je mijn vrede?” Hij geeft ze. Precies daarom is dit woord vandaag zo nodig. Veel geloofsgemeenschappen herkennen zich in de vermoeidheid van de leerlingen: leegloop, onzekerheid, de vraag of het nog zin heeft. Dan klinkt opnieuw: “Wees niet bang, maak je niet ongerust.” De Trooster wil ons hart bewonen. Hoe meer we Hem toelaten, hoe meer innerlijke rust ons deel wordt. En die vrede, die niet ons bezit is maar ons geschonken wordt, mogen wij doorgeven.
In elke eucharistie bidt de voorganger vlak voor de communie met de woorden van Christus: “Vrede laat Ik u na, mijn vrede geef Ik u.” Daarna klinkt: “De vrede van de Heer zij altijd met u.” De vredeswens die volgt is meer dan een vriendelijke groet. Ze is een zichtbaar teken dat de vrede van Christus onder ons wordt doorgegeven. Wie aan de maaltijd van de Heer wil deelnemen, wordt uitgenodigd tot harmonie met God, met de naaste en met de schepping.
Voor dit werkjaar lieten we ons inspireren door Johannes 14,27, het hart van de afscheidsrede. “Ik laat jullie mijn vrede na” is de slogan van de nieuwe grondtoon geworden. Het is een slogan die te denken geeft. Hoe vervuld zijn wij van de vrede van het Evangelie? Durven wij, op zijn woord, die vrede niet alleen bewaren maar ook doorgeven – niet alleen met woorden, maar met daden? Durven wij instrumenten van sjalom te zijn daar waar relaties scheefgroeien, waar onrecht knaagt, waar mensen gebroken raken?
De vrede van Christus is nooit óns draaiboek. Het is zijn bestemming voor ons. Misschien is dat wel de grootste opluchting: dat wij niet alles zelf hoeven te dragen in een wereld die soms zo chaotisch is. Wie vrede wil bewerken, ontdekt dat vertrouwen
belangrijker is dan strategie, en dat echte vrede niet zomaar “iets” is, maar Iemand die ons tegemoetkomt.
Laten wij zijn vrede ontvangen. Laten wij in vertrouwen getuigen van Wat en Wie in ons tot rust brengt en heel maakt.