Een parabel over gelijk loon voor ongelijk werk. Zondag 20 september horen we in de liturgie Jezus vertellen over een landheer die elk uur van de dag op zoek gaat naar arbeiders voor zijn wijngaard (Matteüs 20,1-16a). Telkens hij er aantreft, komt hij met hen een uurloon overeen. Maar op het einde van de werkdag betaalt hij allen hetzelfde, de werkers van het eerste en de werkers van het laatste uur. Dat strijkt ons, de toehoorders, tegen de haren in. Maar juist daarin is Jezus als verteller zo sterk. Niet om te provoceren, maar om ons aan het denken te zetten. En wel over hoe anders het er aan toe gaat in Gods Rijk.
Een voorbeeld kan helpen om dat te zien. Veronderstel dat je aan je kind of kleinkind een ijsje belooft als het je helpt bij een vervelend klusje. Maar dan komt het broertje of zusje van het eerste kind binnen en je geeft het ook een ijsje, zonder dat het geholpen heeft. Veel kans dat het eerste kind zal zeggen: dat is niet eerlijk! Tuttuttut, zul je zeggen, ik wil ook goed zijn voor je zusje of broertje.
Zo gaat het er ook aan toe in de parabel. Allen die gewerkt hebben krijgen het loon dat overeengekomen is, ongeacht het aantal uren dat ze gewerkt hebben. Sociaal gezien is dat een revolutionaire gedachte van Jezus. Hij verdedigt als het ware het recht op een minimuminkomen, terwijl er toen van vakbonden natuurlijk nog geen sprake was. Natuurlijk had die landeigenaar aan de eersten ook meer kunnen geven dan was overeengekomen. Dan zou het principe ‘loon naar werken’ overeind zijn gebleven, maar de parabel wil ons iets zeggen over Gòds goedheid. Die reikt verder dan wat wij als rechtvaardig zien. Sociale rechtvaardigheid vereist voor ons dat de lat gelijk ligt. Een gelijk loon voor gelijk werk, zo vinden we dat! En terecht. Maar Gods goedheid gaat verder dan wat wij elkaar als mensen gunnen. Soms hebben mensen meer nodig om uit de miserie te geraken. Omdat ze niet dezelfde kansen gekregen hebben als de anderen. Zo was het misschien wel met dat laatste groepje dagloners uit de parabel. “Niemand heeft ons gevraagd,” zeggen ze. Niet dat ze niet willen werken, maar niemand heeft ze zien staan. Gelukkig is er iemand die hen wel heeft gezien en die hen wel die kansen wil geven. Omdat zijn liefde zo gul en grootmoedig is, dat juist zij die geen of minder kansen hebben er ook mogen in delen.
Misschien hebben we ooit zelf al in eigen leven mogen ervaren wat het betekent om er toch bij te mogen horen, om ook dat ijsje te krijgen, ook al hadden we er strikt genomen geen recht op. Wat zullen we dan geglunderd hebben. Hoe blij om toch in de vreugde van het ijsje te mogen delen. Zo gaat het er aan toe in Gods Rijk. Daar mag ieder delen in de vreugde van het erbij te horen, ongeacht de verdiensten en prestaties. Zo is God, zijn wegen lopen niet altijd als de onze.
Jos Houthuys