Een wijze mens zei eens: de deur naar het geluk gaat altijd naar buiten open. Dat wil zeggen: als het stormt in je, als je met een pijn zit, een last, een verdriet, sluit je dan niet op in jezelf. Maar ga naar buiten, stel je een doel voor ogen dat opnieuw zin aan je leven kan geven. Zoals een zwaar zieke man, aan huis en bed gekluisterd, me ooit zegde: ik heb mezelf tot taak gesteld om elke dag minstens één contact te hebben, een telefoon, een kaartje, een uitnodiging tot iemand anders om langs te komen. En dat maakte hem gelukkig. De deur naar het geluk gaat altijd naar buiten open.
Victor Frankl, een psychiater die de Duitse concentratiekampen overleefde, vroeg zich na de oorlog af hoe het mogelijk was dat sommige mensen de verschrikkingen hadden overleefd. Uit de gesprekken die hij had gevoerd met velen die uit de hel waren teruggekeerd, leerde hij dat hun kracht was dat ze een doel voor ogen hadden. Dat kon een doel op korte termijn zijn: ik ga voor die of die zorgen. Het kon ook een doel op langere termijn zijn: bijv. ik zal mijn geliefde weerzien. Zelfs het dagelijks gebed gaf mensen een onvermoede kracht om staande te blijven in de verschrikkingen. De deur naar het geluk gaat altijd naar buiten open.
Toen de profeet Elia het niet meer zag zitten omdat zijn leven bedreigd werd, vluchtte hij naar de woestijn en in een grot (Koningen 19,9a.11-13a). Maar op het woord van God ging hij naar buiten, en daar kreeg hij zijn opdracht: zoek een opvolger. Ook Petrus waagde het erop de veiligheid van de boot te verlaten (Matteüs 14,22-33). Op het woord van Jezus: kom naar mij toe, stapt hij uit de boot en loopt over het water naar Jezus. En als hij dreigt kopje onder te gaan, komt Jezus zelf naar hem toe en trekt hem uit het water. Als jezelf niet naar buiten geraakt, moet je een ander toelaten van buiten naar binnen te komen.
Ligt hierin ook niet de kracht van geloven? Geloven doet vertrouwen op een woord dat van buiten op ons af komt, het doorbreekt ons opgesloten zijn. Dat woord daagt ons uit om zelf naar buiten te gaan en het helpt ons te zien, ook in de storm, waartoe we geroepen zijn. Altijd kunnen we er zijn voor een ander. Altijd kunnen we de hand reiken naar iemand die er heil in vindt. De deur naar het geluk gaat altijd naar buiten open, voor onszelf, voor elk ander. Ons daaraan durven overgeven is de kracht van geloven. Het is vertrouwen willen geven en ontvangen. Of in de woorden van het evangelie: het is wandelen over water.
Jos Houthuys