Als ik mezelf afvraag of ik vijanden heb, dan denk ik dat ik in alle eerlijkheid ‘nee’ mag antwoorden. Misschien is dat voor de meesten van ons wel zo. Natuurlijk, er zijn wel mensen met wie we minder goed overeenkomen, of met wie we al eens een aanvaring hadden. Misschien is er zelfs een buur of verwant die je liever niet te veel ontmoet. Toch kan ik me voorstellen dat het mogelijk is, vijanden hebben. Zoals in oorlogen mensen en volkeren tegenover elkaar komen te staan en een levenslange haat ontwikkelen. We moeten daarvoor niet alleen te kijken naar gebieden waar recente conflicten aan de gang zijn. Ook in ons verleden zijn soms diepe wonden geslagen.
Wees volmaakt zoals uw zoals uw Vader in de hemel volmaakt is.
Het is een zin uit de Bergrede die we de zevende zondag in de liturgie horen. Spontaan is onze eerste reactie: dat kan geen mens aan, dat is niemand van ons gegeven, dat is te hoog gegrepen. Maar 'volmaakt' heeft in de Bijbel een andere klank dan in onze taal. Het betekent er niet: feilloos, perfect, maar wel: ‘uit één stuk’, met onverdeeld hart. Wees volmaakt betekent dus: wees jezelf, zoals God helemaal zichzelf is.
Van heiligen kunnen we zeggen dat ze mensen uit één stuk zijn, op één doel gericht, nl. toegewijd aan de Heer en aan wat de Heer van ons verlangt. Ze waren niet volmaakt in de zin dat ze onberispelijk zijn. Een grote heilige zoals Franciscus was eerst een flierefluiter. En Paulus was een koppig en niet gemakkelijk man. Maar ze hebben uiteindelijk voorrang gegeven aan één ding, en dat is dienstbaar zijn aan God en de medemens. Daardoor hebben zij hun ‘ik’ ondergeschikt gemaakt aan de andere, aan de medemens. En dan kan het gebeuren dat je ook die mens in je hart sluit die je helemaal niet ligt. Op het kruis vroeg Jezus vergeving voor zijn beulen. Ook andere mensen slagen er soms in die stap te zetten, die hand te reiken.
Wees volmaakt.
Dit woord van Jezus betekent niet dat wij de volmaaktheid al bereikt moeten hebben, dat wij al aan het einde van de weg aangekomen moeten zijn. Nee, wij zijn onderweg. Of misschien staan wij nog helemaal aan het begin van de lange weg die wij te gaan hebben. Waar het op aankomt is de goede richting in te slaan, en met vallen en opstaan van ganser harte op het ene doel gericht blijven: Gods rijk, zijn liefde en goedheid. Dat vraagt moed en vertrouwen, en vaak veel vechten met jezelf. Wie dat oprecht probeert, zal op zijn manier iets uitstralen van Gods liefde zelf. Het is een weg die nooit ten einde loopt, het is veeleer een richting die we steeds mogen uitgaan.
(jh)