Woorden hebben soms een grote kracht. We kunnen er veel goed mee doen, maar ook veel kwaad. Met een ongelukkig woord kunnen we iemand neerhalen. Maar een eenvoudig woord dan weer als: “Hoe gaat het?”, kan je weer helemaal doen opleven.
Ook de woorden van Jezus zijn krachtig. Ze nodigen uit om gehoord te worden en in actie te komen. Zoals in het evangelie van zondag 22 maart (Johannes 11,1-45). Het is het bekende verhaal van de opwekking van Lazarus. Staande voor het graf van Lazarus zegt Jezus eerst: “Rol de steen weg.” En dan: “Lazarus, kom naar buiten.” En als om de dode een extra zetje te geven gehoor te geven aan het bevel: “Maak hem los.” En tenslotte: “Laat hem gaan.”
De woorden die Jezus spreekt zijn krachtig en bevrijdend. Maar om het woord van Jezus levenskrachtig te laten zijn, moeten er mensen zijn die er willen naar luisteren, die er gehoor aan geven en er op ingaan. Voor ons vandaag kan dit allemaal wat vreemd en onwerkelijk klinken. Een dode tot leven wekken, hoe kan dat nu? Meer dan er een krachttoer in te willen zien, nodigt dit verhaal ons uit om te kijken naar de figuur van Jezus die onvoorwaardelijk opkomt voor het leven. Wie zich aan hem toevertrouwt, mag leven ervaren. Dat ondervonden mensen van toen die met hem in aanraking kwamen, dat overkomt ook mensen van nu die in Jezus’ optreden een ‘statement’, een krachtig getuigenis voor het leven horen dat hen aanzet om zelf op te komen voor alles wat leven mogelijk maakt.
Op zoveel manieren doen mensen elkaar de dood aan. Pesten, kwaad spreken, je moet het nog niet zover zoeken. En ook op grotere schaal: onrecht in stand houden, oorlog voeren. Daar niet in meegaan, maar opkomen voor het leven, is getuigen van je geloof in de positieve krachten die mensen tot hun recht te laten komen. Het is, in gelovige taal, geloven in Jezus en de liefde van zijn Vader. We hebben nood, heel veel nood aan mensen die ons daar in voorgaan. En dan komt in dit hele verhaal de figuur van Marta op de voorgrond. Zij is degene die met heel haar persoon ingaat op het woord van Jezus: “Ik ben de opstanding en het leven, en wie in mij gelooft zal leven. Geloof je dit?” Haar antwoord is niet meer of minder dan een geloofsbelijdenis: “Ja, Heer, ik geloof vast dat gij de Messias zijt, de Zoon van God die in de wereld komt.” Haar ‘ja tegen het leven’ mag ook het onze worden. Laten we ontdekken op welke manieren God ook tot ons zijn woord van leven spreekt, ons uitnodigt om ‘naar buiten te komen’ en de stenen weg te rollen die ons leven en samenleven verduisteren.
Jos Houthuys