Eind deze zomer gaat Bart Soens van de pastorale dienst van Zorg en Welzijn campus Passendale met pensioen. Nele Valcke, die al werkzaam was als zorgpastor op campus Kuurne, zal hem opvolgen. Tijd voor een gesprek met beiden.
Op een zonnige namiddag eind april trekken we naar het woonzorgcentrum in Passendale. Bart wacht ons op in de kapel, maar nog voor we die bereiken, raakt Nele aan het onthaal in gesprek met enkele medewerkers. Werken binnen dezelfde vzw heeft duidelijk zijn voordelen: gezichten zijn vertrouwd en contacten snel gelegd. In de personeelscafetaria staan koffie en thee al klaar wanneer ook Bart aansluit. Het gesprek komt meteen op gang en wordt af en toe onderbroken door een vriendelijke groet van medewerkers of vrijwilligers die passeren. Meteen wordt duidelijk hoe sterk Bart verweven is met het leven in het huis. Zelf benadrukt hij vooral zijn dankbaarheid voor de vele warme contacten en voor iedereen die mee vorm geeft aan de pastorale zorg. Want daarin zijn Bart en Nele het roerend eens: pastorale zorg draag je nooit alleen.
Vertel eens, Nele, hoe ben jij in de pastorale zorg gerold?
Nele: “31 jaar geleden werd ik aangeworven voor het woonleefteam in het wzc Heilige Familie te Kuurne. Toen ik solliciteerde was ik al in het parochieteam actief en ik vermoed dat dat één van de redenen is, waarom ik aangeworven werd, want met mijn profiel kon ik een aanvulling betekenen. Vanaf het begin kon ik vanuit mijn rol in het woonleefteam samen met de zuster, de priesters en een vrijwilliger de pastorale werking mee uitbouwen en ik kreeg de kans om de bisdomopleiding zorgpastoraat te volgen. Later volgde ik nog extra opleidingen en ging de functie zich uitbreiden met de rol van vertrouwenspersoon, rouw- en verliescoach en medewerker palliatieve zorg.
Vanaf augustus kies ik ervoor om enkel nog als zorgpastor te werken, maar dan wel voor beide campussen. Nu Bart op pensioen gaat, kwam die mogelijkheid er, en die kans wil ik grijpen. Hoewel de combinatie van functies zeker voordelen gehad heeft, zal het fijn zijn om nu voluit in mijn rol als zorgpastor te kunnen staan. Voor veel mensen in Kuurne was mijn keuze geen verrassing: ‘Dat is helemaal jouw ding’ en ‘je zal een stuk meer ademruimte te hebben’, klonk het. Want inderdaad, het gebeurde al dat ik tijdens een verjaardagsfeest werd opgebeld omdat iemand stervende is. Dat soort combineren en schakelen zal voortaan minder aan de orde zijn. Dat perspectief geeft me rust, ook al zal ik voortaan twee campussen moeten combineren. Maar ik ben niet de enige in onze vzw die op twee campussen werkt, dus dat komt wel goed. Bovendien is er wel wat flexibiliteit mogelijk.”
Nele, je vertelde zonet dat het combineren van verschillende functies binnen eenzelfde woonzorgcentrum voordelen gehad heeft. Wat is het belangrijkste voordeel dat je ervaren hebt?
Nele: “Mijn inbedding in het woonleefteam maakte toch wel dat de collega’s van dit team sterk meegenomen zijn in het uitbouwen van pastorale zorg. Door de jaren heen ben ik het woonleefteam in alles blijven betrekken. Dat maakt dat pastorale zorg echt zijn plek heeft in het wonen en leven binnen onze campus in Kuurne. Ik merk bijvoorbeeld dat ze helemaal mee zijn wat betreft de sterke periodes van het kerkelijk jaar en wat daar bij hoort. ‘Nele, het is de meimaand, wat denk je ervan om terug de zomerwandelingen te starten met een wandeling naar de Preetjes kapelle en de Leiehoekwandeling?’, klonk het onlangs nog. Of eerder dit jaar: ‘Nele, de vastenperiode begint, zijn jouw teksten al klaar voor op het huiskanaal?’. Het is zo fijn om vast te stellen dat ik niet zelf die input moet geven, maar dat ze dit kennen. Ook de aandacht van medewerkers om zelf een herdenkingshoekje te verzorgen, waardeer ik enorm. Ik maak me dus geen zorgen over de continuïteit van de pastorale zorg nu ik zelf minder aanwezig zal zijn in Kuurne. Natuurlijk zie je veranderingen doorheen de jaren, maar zolang we die gedragenheid kunnen behouden, ben ik blij. Als je je gedragen weet door een werking die die affiniteit heeft, mag je tevreden zijn. Ook de nauwe samenwerking met de parochie, waar ik heel dankbaar voor ben, wordt verder gezet. Mensen spreken mensen."
"Zorgpastor ben je niet alleen. Je moet je ondersteund en gedragen weten door je omgeving. Je bent er met, voor en door de ander."
Jij kwam vanuit het onderwijs in het zorgpastoraat terecht, Bart. Hoe heb je dat ervaren?
Bart: “Nadat ik in 1982 in het Hoger Diocesaan Instituut voor Godsdienstwetenschappen afstudeerde, pendelde ik als godsdienstleerkracht van de ene interim naar de andere. Na mijn legerdienst waagde ik mijn kans in het Gemeenschapsonderwijs. Uitgerekend in het jaar dat Johannes Paulus II België bezocht. Heb ik toen antiklerikale grappen moeten incasseren! Mijn uren werden verdeeld over vier scholen. Een vaste benoeming klonk als iets uit een glorierijk verleden. Wellicht iets te vroeg liet ik me door externe factoren ontmoedigen en koos ik voor plan B.
Na 28 jaar in de energiesector – zeker niet de meest geschikte biotoop voor iemand met een diploma ‘Aggregaat Godsdienstwetenschappen’ - keerde ik terug naar het onderwijs, waar ik nog zeven jaar godsdienst, afgewisseld met gedragspsychologie of filosofie doceerde. Ik gaf heel graag les, maar vond het een grote uitdaging om de interesse van leerlingen te wekken en vast te houden. Aan het einde van mijn loopbaan, snakte ik naar een nieuwe uitdaging, die me meer maatschappelijke voldoening kon geven. Twee jaar lang werkte ik in twee woonzorgcentra als pastoraal medewerker, respectievelijk in Onze-Lieve-Vrouw Gasthuis te Poperinge en Zorg en Welzijn campus Passendale. Pas nu, in dit derde en laatste jaar voor mijn pensioen, ben ik teruggevallen op deeltijdse tewerkstelling.”
Hoe zouden jullie pastorale zorg omschrijven?
Bart: “Om het in joodse termen te zeggen: ik denk dat je een beetje ‘klaagmuur’ bent en dat je zowel voor je collega’s als voor je bewoners er moet zijn.”
Nele: “Voor mij was het altijd belangrijk om duidelijk te maken dat er ik er voor iedereen ben."
"Jij mag zijn wie je bent. En als zorgverlener, dus ook als zorgpastor, probeer je in te spelen op de noden van de ander.”
Bart: “Ik vind het ook leuk om op een totaal onverwachte manier in te pikken op hun behoeften."
"Vanuit het levensverhaal en de interesses, kan je zoeken naar hoe je mensen kan versterken op vlak van zinbeleving."
Nele: “Het zijn vaak ook de kleine dingen die verschil kunnen maken. Als iemand aan de inkom zit, zet ik mij er graag even naast: “goeiedag, hoe is het?”. Ook al heb ik nog andere opleidingen gedaan en andere rollen opgenomen, ik ben ten diepste zorgpastor. Ik denk dat je als zorgpastor een rustbaken moet zijn, in alle hectiek en drukte. Dat ze bij jou het gevoel krijgen dat ze een plek hebben waar ze iets kunnen delen.”
Waar ben je dankbaar voor?
Bart: “In het ene woonzorgcentrum volgde ik zuster Rita op, die dit werk 17 jaar lang met veel toewijding had gedaan en heel wat had opgebouwd. In het andere kwam ik in de plaats van Leen, die eveneens sterke initiatieven had genomen en een warme band had opgebouwd met de bewoners. Gelukkig stelde de directie mij gerust: ik hoefde geen kloon of kopie van mijn voorgangsters te worden. In de loop van de voorbije jaren heb ik dan ook mijn eigen accenten kunnen leggen.
Zo heb ik, aansluitend bij mijn ervaring als leraar, workshops voor medewerkers uitgewerkt over spiritualiteit en rouwverwerking. Hiervoor maakte ik onder meer gebruik van de Spiritwijzer. Ik kreeg ook de kans om groepsgesprekken te bedenken rond allerlei levensvragen, filosofische citaten en existentiële dilemma’s. Maar het meest dankbaar ben ik misschien voor de herdenkingsmomenten voor de families van overleden bewoners. Daar kon ik echt mijn hart en ziel in leggen.
In deze gedachtenisvieringen kwam alles samen: mijn liefde voor diepzinnige teksten en aangrijpende muziek, de spirituele benadering van onze vergankelijkheid, het uitdiepen van symboliek die verwijst naar dood, afscheid en herinnering.
Heel wat aanleidingen tot dankbaarheid en intense voldoening, dus. Ik ben ook dankbaar voor de kapel die we hebben, terwijl er geen ruimte op overschot is.”
(foto: de kapel van Zorg en Welzijn campus Kuurne, met rechts de herdenking van overleden bewoners)
Nele: “Als zorgpastor hoor je heel wat verhalen die raken, ook in gesprekken rond vroegtijdige zorgplanning waarin wensen en noden scherp worden gesteld. Net daarom vind ik het belangrijk dat er in het woonzorgcentrum een kapel of zingevingsruimte behouden blijft, in de eerste plaats voor bewoners die daar behoefte aan hebben: als plek om tot rust te komen, te bidden, stil te zijn of vieringen bij te wonen. We merken hoe waardevol dat is voor veel bewoners. Daarom ijver ik ervoor dat we bij de verbouwingen in Kuurne die functie niet verliezen. Je hebt toch minstens een zingevingsruimte nodig waar een vijftigtal mensen kan samenkomen.
Over de concrete vormgeving kan uiteraard gesproken worden. Moet die ruimte altijd één geheel vormen, of kan er gewerkt worden met een verschuifbare wand zodat een deel ook voor andere doeleinden gebruikt kan worden? In Kuurne hebben we daar tijdens corona al ervaring mee opgedaan: de wand bleef gesloten zodat er aan de ene kant een bezoekersruimte was en aan de andere kant de kapel. Voor mij blijft het vooral belangrijk dat de sacrale functie gerespecteerd wordt en dat de ruimte niet zomaar een cafetaria wordt.
Ook persoonlijk betekent zo’n ruimte veel. Als zorgpastor is de beschikbaarheid van een kapel een echte verademing. Bovendien is WZC Kuurne opgenomen in het circuit van de misvieringen in Kuurne, met telkens een predikant en organist van de week die ook bij ons langskomen. Maar ook de jaarlijkse bedevaart naar Lourdes, helpt me te herbronnen. Na zo’n Lourdesbedevaart ga ik telkens met frisse kracht weer aan de slag.”
Waar kijk je nu naar uit, Bart?
Bart: “Voor ik op pensioen ga, wil ik nog voluit mijn job als pastor opnemen. Zo zijn er nog herdenkingsdiensten gepland en staat ook ‘Maria Mundo’ op het programma, een alternatief aanbod voor de bedevaart.
Ik kijk ernaar uit om straks als gepensioneerde de draad met toneel, zowel het schrijven van nieuwe scripts als het regisseren, weer op te pikken. Er ligt nog een script klaar, ‘de wankelbare balans’, over een psychotherapeute die zelf een burn-out oploopt. Maar sinds de uitbraak van covid, ligt alles stil. Sinds dan is Avanti, het toneelgezelschap dat ik samen met mijn dochter Sarah oprichtte, ondergedompeld in een lange winterslaap. (Misschien moet ik stilaan gewagen van een diepe coma.) Een tweede optie is het schrijven van een roman, al dan niet gebaseerd op één van mijn vroegere toneelscripts. Ik heb dit al een eerste maal uitgeprobeerd met ‘Futura Fortuna’, een futuristische en ecologisch getinte parabel.
Een andere (nog onvervulde) droom blijft om ooit te kunnen toetreden tot een getalenteerde coverband, die de betere pop- en rock vertolkt en op zoek is naar een zanger. Ik zing dolgraag, maar omdat ik zelf geen instrumenten kan bespelen, ben ik steeds afhankelijk van externe begeleiding. In het verleden heb ik op personeelsfeesten en tijdens sommige van mijn toneelprojecten muzikaal kunnen samenwerken met getalenteerde muzikanten en dat blijft een kostbare herinnering. Al is de confrontatie met jonger talent in ‘The Voice van Vlaanderen’ toch steeds een les in nederigheid.
En wat de pastorale toekomst van het woonzorgcentrum betreft, slaap ik op beide oren. Met Nele, die lang voor mijn debuut al heel wat ervaring opdeed in het woonzorgcentrum in Kuurne, is de continuïteit zeker verzekerd. Ze zal dat ook in Passendale fantastisch doen. Een woonzorg-centrum waar ik 3 jaar mocht samenwerken met heel wat supertoffe collega’s, die dagelijks het beste van zichzelf geven om de bewoners een tweede thuis te bezorgen. Ik was en blijf zo trots op ieder van hen.”
Bedankt, Nele en Bart, voor dit interview. Bart, veel geluk en voldoening gewenst in deze nieuwe levensfase. En Nele, veel succes met het verder opnemen van de pastorale zorg op campus Passendale, naast je engagement op campus Kuurne.