15 Leerkrachten begeleidden een groepje van 12 à 16 kinderen. Op verschillende locaties was er een activiteit voorzien die een link had met het kerstgebeuren.
De kinderen werden op pad gestuurd, net zoals Jozef en Maria in hun tijd. Ze namen een steentje, gewikkeld in bladgoud, mee om het als gouden cadeautje bij de kerststal in de kerk te leggen. Daar leerde Kris, de pastoor, hen de geur van wierook kennen. Mirre, een geurende olie konden de kinderen op hun hand smeren. Zo leerden ze de geschenken van de koningen kennen.
Maria, als moeder van Jezus, werd geëerd aan de Mariagrot. Omwille van de regenachtige dag werd deze activiteit naar de sacristie verplaatst. Rosette was er een fijne begeleidster.
De moeilijke tocht, de odyssee, konden de kinderen ervaren tijdens een hindernissenparcours op het speelplein op het Hoogveld. Stappen met een blinddoek op, was de donkerte van de nacht ervaren. Wie moe was, zoals Maria indertijd, werd gedragen. Verder ging de tocht over bruggen, via smalle doorgangen, door een zandstorm, enz.