Beste medechristenen,
Het einde van de vakantieperiode is in zicht. Een nieuw pastoraal werkjaar staat voor de deur. Laten we al even vooruitblikken.
EEN JAAR VOL KANSEN
Tijdens het verlof hadden we met de parochieploeg reeds een uitgebreide planningsdag in de abdij van Affligem. Vergaderingen van werkgroepen en kerkraden, catechesewerking, voorbereiding Eerste Communie, het secretariaat… de molen begint te draaien. Het wordt een boeiend jaar. We brengen u weldra op de hoogte van heel wat activiteiten. Een bijbels leerhuis rond de Handelingen van de Apostelen, vier uiterst belangrijke synodale bijeenkomsten waarbij we met velen in ons bisdom Gent ook hier nadenken en plannen maken voor de toekomst van onze Kerk in Aalst. Voor onze Sint-Martinuskerk wordt het een beslissend jaar: binnen een tiental maanden naderen we het einde van de restauratiewerken. Op het orgel zullen we nog wat dienen te wachten. Onze Kerk in Aalst is een levende gemeenschap. Naast de centrale hoofdkerk met dekenaat en secretariaat is er leven in heel wat kerkplekken. En dat willen we zeker zo houden! En in ons bisdom kijken we met spanning uit naar de komst van een nieuwe bisschop…
VANUIT EEN VERDIEPTE SPIRITUALITEIT
Midden alle organisatorische bezigheden mogen we de kern van de zaak niet uit het oog verliezen: de persoon van Jezus Christus. Hij is de spil waarrond alles draait. Het evangelie van de komende zondag maakt ons dat eens te meer duidelijk (Mt. 16,13-20). De apostelen krijgen van Jezus een lastige vraag voorgeschoteld. “Wie is volgens de opvatting van de mensen de Mensenzoon?”. Met die vraag poogt Jezus zijn leerlingen mee te voeren naar de diepte en henzelf naar een antwoord te laten toegroeien. Het gaat over zijn diepste wezen. Ze zijn al een heel eind met Hem onderweg. Je zou verwachten dat ze als gepriviligieerde getuigen toch iets zinvols kunnen zeggen. Vaak vergelijkt men Jezus met de grote profeten uit het verleden, Elia, Jeremia, of Johannes de Doper ... Hij dringt aan. Hij wil niet horen wat de mensen over Hem zeggen. Neen, “Wie zegt gij dat Ik ben?”. Het gaat niet over een oppervlakkig oordeel, maar over het diepste wezen van Jezus, zijn geheim, dat zich openbaart in de relatie tot zijn leerlingen. En dan is het Petrus die aan het woord komt. Hij is bij de eerstgeroepen apostelen. Zijn typering van Jezus’ identiteit is bijzonder: “Gij zijt de Christus, de Zoon van de levende God”. Wat een uitspraak! Jezus wezen kan niet herleid worden tot dat van de profeten uit het verleden. Neen, Hij is de Messias. Dit Hebreeuwse woord betekent “de gezalfde”. In het Grieks luidt dit “Christos”. Christus is dus geen eigennnaam, maar een titel, die Jezus naar zijn diepste wezen kenschetst. Het is de Geest van God die Hem zalft en zendt. Hij is geen stichter of vertegenwoordiger van een religieuze organisatie, ook geen verkondiger van morele waarden, ook niet iemand die de mensen in contact brengt met een vage kosmische grootheid of een natuurkracht… neen het is met de levende God dat Hij vandoen heeft. Deze belijdenis van Petrus is cruciaal. Ongeëvenaard. Ze blijft een ijkpunt voor iedere geloofsbelijdenis of poging tot wezensbepaling van Jezus. Het is een uitspraak die alleen kan worden gedaan vanuit een verworteling in het geloof. Geen filosoof of godsdienstwetenschapper, die het fenomeen Jezus vanop afstand bestudeert kan die uitspraak doen. Neen ze komt van binnenuit, uit gebed en verbondenheid met God. Ze is daarom van de orde van een openbaring. Hopelijk mag die Levende Heer het hart en de bron zijn van ons kerkzijn hier ter plaatse.
HET IS DE LEVENDE HEER DIE ONS ZENDT
Petrus doet een uitspraak over het wezen van Jezus. Omgekeerd zal ook Jezus een uitspraak doen over Petrus, en eigenlijk daarmee ook over ieder van ons. “Zalig zijt gij, Simon: Gij zijt Petrus. Ook dit is geen eigennaam, maar een evenzeer een kenschets. Petra is het Griekse woord voor steenrots, fundament. Petrus, en bij uitbreiding wij allen, moeten telkens weer met ons leven, en desnoods ook met woorden, die unieke aard van Jezus belijden. Hem erkennen als Zoon van de levende God, als Christus. Dan zijn wij met Petrus fundament van geloof. Dan kan Christus op ons en met ons zijn Kerk bouwen. Petrus, de steenrots, en wij: van Christus hebben we belangrijke sleutels in handen gekregen. Petrus heeft zijn zwakke momenten gekend. Maar uiteindelijk heeft Hij ook met zijn bloed getuigenis afgelegd van wie Jezus waarlijk is. Door hem hebben velen de weg naar Christus en de Vader gevonden. Laten ook wij telkens in Petrus’ spoor treden en doordringen tot de diepste wezenskern van Jezus. Dat is immers de bron van ons geloof: de persoonlijke relatie tot de Zoon van de levende God. En dan zijn we meteen ook in staat fundament te worden voor de Kerk in onze stad en voor ontluikend geloof. Wat een vertrouwen stelt Jezus in broze en onvolkomen mensen! Hoopvol mogen wij dit nieuwe pastorale jaar beginnen.
Een hartelijke groet!
Uw pastoor-deken Hans