Lieve broers en zussen,
Op deze tweede zondag van Pasen, die door Paus Johannes Paulus II werd uitgeroepen tot Barmhartigheidszondag, richt de Kerk onze blik volledig op het hart van het Paasmysterie: de barmhartigheid van Christus.
Het evangelie volgens Evangelie volgens Johannes brengt ons naar de avond van Pasen. De leerlingen zitten opgesloten, gevangen in angst. De deuren zijn dicht. Niet alleen de deuren van het huis, maar ook de deuren van hun hart. En dan gebeurt het onverwachte: Jezus komt binnen. Hij breekt niet de deur open. Hij forceert niets. Hij staat in hun midden en zegt: “Vrede zij u.” Dit is het eerste geschenk van de Verrezene: vrede. Geen verwijt, geen oordeel, geen herinnering aan hun vlucht op Goede Vrijdag — alleen vrede. Dat is barmhartigheid. En dan toont Hij zijn wonden. De verrezen Heer is geen andere dan de gekruisigde Heer. Zijn wonden zijn geen teken van nederlaag, maar van liefde die tot het uiterste is gegaan. In die wonden herkennen wij wie God werkelijk is: geen verre rechter, maar een God die gewond is uit liefde voor ons. Hier wordt de kern van het christelijk geloof zichtbaar: Jezus Christus is de openbaring van Gods barmhartigheid. Wanneer Hij zegt: “Zoals de Vader Mij gezonden heeft, zo zend Ik u”, en vervolgens over hen blaast en zegt: “Ontvang de Heilige Geest”, dan vertrouwt Hij zijn zending toe aan kwetsbare mensen. Aan mensen die gefaald hebben. Waarom? Omdat barmhartigheid geen beloning is voor de sterken, maar een gave voor de zwakken. En dan is er Thomas de Apostel. Thomas wil zien, wil aanraken. Hij vertegenwoordigt ons allemaal, wanneer wij twijfelen, wanneer wij worstelen, wanneer wij God niet voelen. En toch wijst Jezus hem niet af. Integendeel, Hij komt opnieuw — speciaal voor hem. “Kom hier met uw vinger… wees niet langer ongelovig, maar gelovig.”
Dit is geen vernedering, maar een uitnodiging. Jezus buigt zich naar de twijfel van Thomas toe. Dat is barmhartigheid: God die zich neerbuigt tot onze grenzen. En dan klinkt die prachtige geloofsbelijdenis: “Mijn Heer en mijn God!”
Dit is het doel van barmhartigheid: dat wij tot geloof komen, dat wij erkennen wie Christus is — niet alleen met onze lippen, maar met ons leven. Op deze zondag van de goddelijke barmhartigheid worden wij uitgenodigd om drie dingen te doen: Ten eerste: de barmhartigheid ontvangen. Durven wij onze gesloten deuren openen? Durven wij Christus binnenlaten in onze angst, onze zonde, onze kwetsbaarheid?
Ten tweede: de barmhartigheid vertrouwen. Zoals Heilige Faustina Kowalska ons leerde: “Jezus, ik vertrouw op U.” Vertrouwen betekent niet dat wij alles begrijpen, maar dat wij ons toevertrouwen aan zijn liefde.
Ten derde: de barmhartigheid doorgeven. Een christen die barmhartigheid heeft ontvangen, kan niet anders dan barmhartig worden. In onze woorden, onze daden, ons geduld, ons vergeven. Want uiteindelijk is de Kerk niets anders dan een plaats waar mensen elkaar ontmoeten in de barmhartigheid van Christus.
Broers en zussen, de Verrezene staat ook vandaag in ons midden en zegt:
“Vrede zij u.” Moge wij, net als Thomas, de moed hebben om te antwoorden: “Mijn Heer en mijn God.” Amen.