Een daguitstap naar Aalst werd er eentje om nooit meer te vergeten.
De weergoden waren ons gunstig gezind, treingoden waren dat iets minder zowel bij de heen- als de terugreis … maar dat kon de pret niet bederven, het werd een aangename kennismaking met de stad van priester Daens (1839), Louis Paul Boon (1912), Valerius De Saedeleer (1867) en Dirk Martens (1446) én haar legendarische carnaval. In de voormiddag wandelden we door Aalst -aan de hand van het gelijknamige en mooi gedocumenteerde boekje- “Wandelen in de voetsporen van Daens”; 18 stopplaatsen beschreven ons de meest belangrijke momenten in het leven van priester Adolf Daens. We bezochten de St Martinuskerk waar priester Daens vanop de preekstoel de elite met strenge woorden over uitbuiting en kinderarbeid aansprak en de vreselijke armoedige levens van de arbeiders aanklaagde. Wie herinnert zich uit de film ‘Daens’ niet de preek van priester Daens? (https://share.google/ZwnB24IH1zIsD3xrN ) Deze wandeling deed ons nog maar eens beseffen hoe gepriviligeerd onze generaties van na WO2 zijn met ons huidig welzijn en onze welvaart.
Na deze leerrijke wandeling was er gereserveerd in het sociaal restaurant “De combi” in de voormalige gendarmerie. Daar genoten we van lekker eten en gezellig samenzijn.
Na het versterken van de inwendige mens stapten we naar het info-centrum van de stad waar onze gids An ons opwachtte. De start was bij het standbeeld van de 'voil jeannetten én de lampenkap'.
We werden op een levendige manier geïnformeerd waar al de personages en attributen hun oorsprong vonden en als rode draad door dat verhaal liep steeds het immense klasseverschil tussen bourgeoisie, clerus en arbeiders; de eerste 2 groepen leidden een rijkelijk leven, de laatsten leefden in zeer erbarmelijke toestanden.
Vandaar trokken we verder door de stad, staken de Dender over en arriveerden zo aan de hallen, de plek waar de fantasievolle praalwagens worden samengesteld door de vele gepassioneerde vrijwilligers van de verschillende groepen.
Uitleg over de grootte (klein, middelgroot, groot) van de verschillende wagens, het aantal personen, de kostumering, de aankleding, de materialen, het regelen van de stoet (volgorde van vertrek van de praalwagens), … kortom voor we de stoet te zien krijgen, gaat daar heel wat organisatie aan vooraf waar de toeschouwers geen benul van hebben, chapeau daarvoor.
Enkele voorbeelden
Er waren drie schema’s A, B en C.
Daardoor is er een tour de rôle en zodoende krijgen elk jaar andere groepen de kans om vooraan te vertrekken.
Die wagens moeten ook onder een afgeronde brug, dus moet er rekening gehouden worden met maximum hoogte en breedte. Hoger kan, maar dan moet het intrekbaar/plooibaar … zijn.
En ze moeten ook oversteken op de brug over de Dender.
Wat er met de attributen van de praalwagens gebeurt ná de carnavaldagen (recuperen, versnijden, verkopen, recycleren of vernietigen) kwamen we ook te weten.
En natuurlijk werd in Aalst ook een Academie voor Carnavalskunst opgericht
https://share.google/UjGqMrEo0sGfWLY2K
Daarna genoten we nog van een vrij moment en we kozen om gezellig samen te genieten van een ijscoupe of wafel op een aangenaam terras.
Om het met de woorden van Winnie the Pooh te zeggen: “We didn't realize we were making memories. We just knew we were having fun.”
J Luyten