Dit is geluk
deze morgen aan het ontbijt
het zonlicht in de tuin
het konijn in het gras
de verse broodjes in het mandje
en de geur van gebakken eieren
Rietje die naast me zit
het licht in de kamer
dit is allemaal geluk.
Ik schrijf dit zo regelrecht
omdat je zo gauw zegt:
ach, er is zo weinig geluk.
Ik denk dat er geluk genoeg is
maar dat we het niet meer opmerken
en het als iets vanzelfsprekends beschouwen
we zijn overvoed met geluk
daar worden we ontevreden van
en wie ontevreden is, is nóóit gelukkig.
Ik zal mij er in blijven oefenen
om het licht op de bladeren,
en de kleine dagelijkse dingen die mij weldadig aandoen
te leren zien als geluk,
want geluk is geen groot afgerond gegeven -
het is niet iets theatraals of iets geëxalteerds -
geluk dat als een bombastische optocht voorbij komt bestaat niet.
Het is klein - teer - en verspreid
het raakt je alleen maar éven aan
het knipoogt ...
het glimlacht ...
maar dat is veel, héél veel.
Toon Hermans (1932-2000)