Een oudere persoon heeft me eens gezegd: ‘Oud worden, dat willen we allemaal. Maar oud zijn, dat vinden we lastig.’
Het was geen toeval dat de twee personen die ik die namiddag bezocht, allebei tachtigers, kloegen over hetzelfde: verlies van vrijheid. De ene persoon woont nog in een appartement en is blij met haar behulpzame buren, en ze weet ook goed mensen te contacteren en in te schakelen. Maar ze kan haar appartement niet meer uit, en ze lijdt onder het verlies aan bewegingsvrijheid.
De tweede persoon is altijd alleenstaande geweest, al had ze een sociaal beroep. Nu ziet ze bijna niet meer, en haar evenwichtsgevoel is verzwakt. Ze is opgenomen in een wzc. Ze moet bij alles geholpen worden. Altijd weer moet ze een verpleegkundige oproepen, en wachten tot ze geholpen wordt, en dat valt haar zwaar, des te meer omdat ze een heel zelfstandig persoon is. Ook waardeert ze een bezoekje, en vooral een inhoudrijk gesprek. Ze is nog altijd alert en intelligent, maar dat kan niet gezegd worden van de meeste andere bewoners van het woon-zorg-centrum. Met wie kan ze nog eens een diepgaand gesprek voeren? Ze lijdt onder deze vorm van eenzaamheid. En ze is niet de enige.
Ik dacht aan wat Jezus zei tegen Petrus, één van de laatste zinnen in het Johannesevangelie: ‘Toen je jong was, deed je zelf je gordel om en je ging waarheen je wilde. Maar wanneer je oud wordt, zal een ander je handen grijpen, je gordel omdoen en je brengen waar je niet naartoe wil.’ Toen we jong waren en fysiek en mentaal fit, genoten we van onze vrijheid. Maar met de ouderdom komt het verlies aan zelfbeschikking, en de groeiende afhankelijkheid van helpende handen. En dat is niet simpel. Al kan de ene persoon het beter dragen dan de ander.
Het viel me op toen ik verschillende mensen bezocht in het wzc: allemaal hebben ze dezelfde directeur, dezelfde verpleegkundigen, dezelfde keuken en gelijkaardige kamers – en toch klaagt de ene terwijl de andere heel tevreden is. Dat kan met veel dingen te maken hebben, maar misschien toch ook wel met het vermogen om los te laten, te aanvaarden dat veel wegvalt, en de omstandigheden te accepteren. Wie tevreden is, is wellicht iemand die zich al lang geoefend heeft in vereenvoudigen, loslaten, en aanvaarden.
Er zijn mensen die je bezoekt in een ziekenhuis of een wzc en bij wie je vrolijker weer vandaan komt. Ze klagen niet, ze glimlachen en relativeren. En vooral: ze zijn geïnteresseerd in hun bezoeker en zijn leefwereld en ze stellen vragen. Zo verruimt zich hun eigen wereldje. Het is aantrekkelijk om zulke mensen een bezoekje te brengen. Maar laat ik eerder gaan naar de mensen van wie de ervaringswereld al te beperkt is geworden, en die lijden.
Mensen die ‘licht’ geworden zijn, wat meer onthecht van zichzelf, kennen we hopelijk allemaal. Ik heb ooit eens gelezen: ‘Waarom kunnen engelen vliegen? Omdat ze het allemaal niet zo zwaar opnemen…’
Zal ik het kunnen verdragen wanneer ik helemaal afhankelijk ben geworden van de goede wil van anderen?
P Paul