Op 15 oktober viert de Kerk de ‘grote’ Teresa, niet te verwarren met de ‘kleine’ Thérèse, ook een karmelietes, die gevierd wordt op 1 oktober. De ‘grote’ Teresa was een heel originele vrouw. Men beweert dat zij de capaciteiten had om Spanje te besturen, zelfs in haar eeuw, de zestiende, de ‘gouden eeuw’ van Spanje. Zij en Catharina van Siëna waren in 1970 de eerste vrouwen die van de Kerk de hoogste titel kregen, die van Kerkleraar, zeg maar: wijze boven alle wijzen. Van haar heeft iedereen nog iets te leren. Toch heeft ze nauwelijks enige scholing gehad. Alles wat ze wist, wist ze door haar levende ervaring van God en door het gebed, het trouw volgehouden gebed. Niemand kan zeggen hoeveel mensen langs Teresa om de geest van het gebed gevonden hebben. Teresa heeft de gave van het gebed (het is immers puur gave Gods) ontvangen, beoefend en met haar persoonlijke woorden beschreven, los van alle geleerdheid. Het gebed is als een verborgen bron. Je moet graven tot je de bron vindt, en daarna de bron laten vloeien. Teresa legt uit hoe het levende water van het gebed zijn weg zoekt door het leven, hoe het behoed moet worden en zuiver gehouden, en welke hoogtes en laagtes de waterstand kan hebben. Soms schijnt het uit te drogen, en op andere dagen is er overvloed. Teresa leert dat bidden altijd en overal kan, in elk soort leven en in alle omstandigheden, ook tussen de potten en de pannen: waarom niet? Want het gebed wordt ons door God gegeven, als we Hem erom vragen. Wij zijn jaloers op de grote biddende zielen. Wij zouden ook zo graag ècht kunnen bidden. ‘De Geest komt onze zwakheid te hulp’, zegt Paulus. ‘Want wij weten niet eens hoe wij behoren te bidden, maar de Geest zelf pleit voor ons met onuitsprekelijke verzuchtingen.’
In 1997 kreeg Thérèse van Lisieux als derde vrouw in de Kerkgeschiedenis de titel van Kerkleraar. Toch heeft zij, juist zoals de ‘grote’ Teresa, maar heel weinig scholing genoten. Ze is verdwenen in een slotklooster toen ze nog maar vijftien jaar oud was, en negen jaar later is ze al overleden. Dat zo iemand zo’n wereldwijde en diepgaande invloed kan uitoefenen! Niet alleen op gewone gelovigen, maar ook op de theologie en de leer van de Kerk. Er blijven boeken over haar verschijnen. Eigenlijk was ze geniaal. Ze is zichzelf vergeten, heeft alleen nog liefgehad en gebeden, en dat herkennen en waarderen we…
P Paul Delmé, Karmeliet