Lieve broers en zussen,
‘Aanvaard elkander als leden van één gemeenschap’, zegt Paulus in de tweede lezing. Dat is heel mooi gezegd, maar we weten dat dit niet altijd makkelijk is. Vaak zijn er immers binnen een geloofsgemeenschap meningsverschillen en moeten er keuzes gemaakt worden. Maar als die meningsverschillen aanvaard en gerespecteerd worden, kan er toch een gemeenschap gevormd worden. Maar wat zien we in de wereld van vandaag? Dat de bereidheid om met wederzijds respect met elkaar om te gaan meer en meer verdwijnt. In veel landen is die bereidheid er trouwens nooit geweest. In landen zonder democratie, zonder gelijke rechten en gelijke kansen voor iedereen, zonder vrijheid om jezelf te zijn. Nee, in zo’n landen is er geen sprake van elkander aanvaarden als leden van één gemeenschap. Er is alleen sprake van dictatuur, van onderdrukking, van uitschakeling van mensen met een andere mening dan de dictator.
Het is een realiteit die we ook in het evangelie terugvinden. We maken kennis met Johannes de Doper die oproept tot bekering. Hij doet dat niet in de stad, maar in de woestijn. En hij doet dat ook niet met zachte woorden, maar met een dringende oproep: “Bekeer u, want het Rijk der hemelen is nabij.” Hij gebruikt die stevige taal omdat Gods komst niet ver weg is. En wat is bekering? Dat is niet alleen spijt hebben over wat fout is gegaan, maar vooral veranderen van richting, terugkeren naar God, voluit kiezen voor liefde, vrede, waarheid, rechtvaardigheid.
Opvallend is dat zoveel mensen naar Johannes toekomen. Ze voelen dus dat er iets nieuws in de lucht hangt, en laten zich daarom dopen. Maar volgens Johannes voelen de religieuze leiders dat nieuwe niet. Hij noemt hen addergebroed, en waarschuwt hen dat ze niet moeten denken dat ze automatisch op de goede weg zijn omdat ze religieuze leiders zijn. ‘Breng vruchten voort die laten zien dat je je bekeerd hebt’, eist hij.
Hoe anders klinkt het in de eerste lezing. ‘Er zal een twijg ontspruiten aan de stronk van Isaï’, zegt Jesaja. En eigenlijk lijkt dat een klein, kwetsbaar dingetje, want het is niets meer dan een twijgje. Maar het is een twijgje zal tot bloei komen, en ‘de geest van de Heer zal erop rusten, de geest van wijsheid en inzicht, de geest van kracht en heldenmoed, de geest van liefde en ontzag voor God.’
En zo weten we wie dat twijgje is: dat is Jezus, naar wiens komst we uitkijken. Daarbij nodigt advent ons uit om ons eerlijk af te vragen welke vruchten wij voortbrengen. Welke keuzes laten zien dat Jezus welkom is in ons leven? De resolute Johannes vraagt daarbij geen perfectie, maar oprechtheid. Geen grote woorden, maar kleine daden. Misschien kunnen we deze week dus eens één concrete stap zetten. Iets kleins, zoals dat twijgje van Isaï. Misschien een telefoontje naar iemand met wie het al lang stil is. Misschien een gebed in de stilte van de avond. Misschien een daad van verzoening, of een eerlijk gewetensonderzoek.
Broers en zussen, God vraagt geen grote daden. Hij roept ons op tot bekering, zodat we kunnen meewerken aan de groei van zijn koninkrijk. Een rijk waarin ‘de wolf bij het lam zal verblijven en de panter bij het bokje zal liggen’, waar vijanden vrienden geworden zijn, en waar iedereen iedereen waardeert. Een rijk van een nieuwe hemel en een nieuwe aarde. Laten we verlangend uitzien naar zo’n rijk en er uit volle kracht aan meewerken. Dan zal Kerst niet zomaar een feestdag zijn, maar een ontmoeting met de levende God die ons vol liefde bijstaat in een nieuwe hemel en een nieuwe aarde. Amen.