H. Familie
Kerstmis is nog maar een paar dagen achter de rug, en het ziet er voor de heilige familie al helemaal anders uit: geen engelengezang, geen herders op bezoek, maar angst, dreiging en vlucht. Dat begint dus al goed. De Heilige Familie is al meteen een familie op de vlucht. En dat alleen al maakt dit evangelie zo actueel.
Jozef krijgt in een droom de opdracht: “Sta op, neem het Kind en zijn moeder, en vlucht naar Egypte.” En hij staat op, midden in de nacht, en hij gaat. Zonder discussie, zonder garanties. Jozef is geen man van veel woorden, maar van gehoorzaamheid en verantwoordelijkheid. Hij beschermt wie hem is toevertrouwd, ook al weet hij niet hoe de weg zal lopen.
En waar Maria staat in dat verhaal. Is ze afwezig? Nee, dat is ze niet, maar ze doet eigenlijk hetzelfde als toen de engel haar de boodschap bracht dat zij de Moeder van Gods Zoon zou worden: ze aanvaardt, en ze gaat mee. En heel zeker doet ze wat ze altijd doet: ze bewaart in haar hart wat ze niet begrijpt en ze blijft trouw.
Voor veel ouders is dat vandaag heel herkenbaar. We kunnen niet alles voorzien, controleren en begrijpen. De enige weg die overblijft, is liefhebben en loslaten en toevertrouwen.
Zijn we daarin ook een beetje H. Familie, omdat we op onze beste momenten hetzelfde doen als Jozef en Maria: liefhebben en aanvaarden wat we niet begrijpen?
In zo’n huishouden stond Jezus wieg: hij begint zijn leven als een broos mensenkind, volledig afhankelijk van zijn ouders.
God openbaart zich in Jezus, primair dus niet als een almachtige heerser, maar als een kind dat bescherming nodig heeft. Dat botst volledig met de wereld waarin we leven, want dat is een wereld waarin je moet streven naar macht en succes. Een wereld waarin je moet opkomen voor jezelf, en waar je alles en iedereen onder controle moet houden. En nu leert dat kwetsbare kind ons dat de echte kracht niet ligt in macht en succes, maar in relatie, in trouw, in liefde voor elkaar.
Dat Jezus’ leven begint als een vluchteling, legt een extra laag.
De aanleiding voor de vlucht naar Egypte, was de kindermoord op onschuldige kinderen die de paranoïde Herodes organiseerde, zodat zijn troon niet bedreigd werd.
Onschuldige kinderen … Ook dat is geen verhaal van toen, maar een verhaal van alle tijden, vandaag meer dan ooit. Duizenden kindsoldaten in Afrika en Azië, die moeten spioneren, plunderen, vernietigen, moorden. Er is de gewetenloze kinderhandel en de al even gewetenloze kinderarbeid in Afrika en Azië, want wij willen goedkope producten kopen. Lang leve de Action, de Primark en Zalando!
Miljoenen kinderen, in aantal veel meer dan volwassenen, die wereldwijd lijden aan ondervoeding, verwaarlozing, vervuilde lucht. Tienduizenden kinderen in Afrika, Azië en Latijns-Amerika die op straat, op vuilnisbelten, in riolen moeten leven, kinderen die alleen zichzelf hebben om voor zichzelf te zorgen en om alle ellende te overleven.
Maar ook buiten die ellende zijn er duizenden onschuldige kinderen, ook in onze eigen wereld, misschien zelfs in onze eigen omgeving. Kinderen in moeilijke thuissituaties omdat één vd ouders ziek is, of gemist wordt, gezinnen in kansarmoede. Kinderen die zelf ziek zijn. Kunnen we vandaag ook aan al die onschuldige kinderen denken? En hoe kunnen we voor hen wat familie zijn?
Hoe kunnen wij wat familie zijn voor al die gezinnen die aankloppen aan onze grenzen. Mensen die hun thuis verloren hebben, die geen weg meer weten, die geen toekomst meer zien. Voelen wij mededogen en gastvrijheid als dat van ons wordt gevraagd?
In de Begijnhofkerk van Brussel staan drie tenten, waarin gezinnen wonen met samen 8* kinderen, op straat gezet door de nieuwe wet van 01/08/’25 die zegt dat wie elders al asiel kreeg hier geen opvang meer kan krijgen, ook niet tijdens een asielaanvraagprocedure, … ook niet als ze uit Griekenland komen, ook niet als je weet dat de Belgische staat al tientallen keren veroordeeld werd omdat men ze terugstuurde naar Griekenland met zijn mensonwaardige opvang.
Een netwerk van vrijwilligers verbonden met de begijnhofkerk zorgt voor ze. Ze voelen zich familie…
Als de Heilige Familie ons iets leert, is het dat heiligheid niet bestaat uit een probleemloos leven, maar uit trouw in moeilijke omstandigheden. Goede en kwade dagen, ziekte en gezondheid, armoede en rijkdom, weet je nog?
Awel, hoe blijven wij trouw? Van oorlog blijven we vooralsnog gespaard. Maar hoe blijven wij trouw bij ziekte of familiale spanningen? Hoe blijven we trouw aan wie letterlijk of figuurlijk op de vlucht is voor prestatiedruk of voor verwachtingen die te zwaar wegen? Hoe blijf je trouw als de dood u intussen gescheiden heeft van wie jij beloofde in goede en kwade dagen trouw te blijven. En kunnen wij zo mild zijn als paus Franciscus, als we machteloos moeten toezien dat sommige koppels hun trouw niet kunnen waarmaken?
Vandaag de dag zien we dat het gezin niet noodzakelijk onder één vorm bestaat. Hoe het ook is samengesteld: gezin zijn is een uitdaging, een roeping, een weg van inzet, van groei, van aanvaarding, soms van genezing.
En als we ons afvragen: Waar blijft God in al die moeilijke omstandigheden? Dan vertelt het evangelie ons dat Hij niet afwezig is in die kwetsbaarheid.
Dat Hij, net als bij Jozef, ook ons een engel mag zenden om ons een uitweg te wijzen, of ons op zijn minst houvast te bieden om te volharden in onze trouw in goede en kwade dagen, in ziekte en gezondheid, en om het met een spreekwoord te zeggen “op de klaver of op de hei”