Lieve broers en zussen,
De drie lezingen van vandaag lijken op het eerste gezicht over verschillende dingen te spreken: over een wachter die moet waarschuwen, over de liefde als vervulling van de wet, en over de manier waarop wij met conflicten in de geloofsgemeenschap omgaan. Maar eigenlijk hebben ze één gemeenschappelijke boodschap: God roept ons op om verantwoordelijkheid voor elkaar te dragen.
In de eerste lezing uit de profeet Ezechiël horen we over de taak van de wachter. Een wachter staat op de muur van de stad en kijkt uit of er gevaar dreigt. Hij leeft niet voor zichzelf; hij heeft een opdracht tegenover de gemeenschap. Wanneer hij ziet dat er gevaar komt en hij waarschuwt niet, draagt hij verantwoordelijkheid. Maar wanneer hij wel waarschuwt en de ander luistert niet, dan heeft hij zijn taak gedaan.
Dit beeld vraagt ook iets van ons. Wij zijn geen wachters die boven anderen staan om hen te veroordelen. Wij zijn mensen die naast elkaar staan, geroepen om elkaar te helpen de weg van God te blijven zoeken. Soms betekent liefde dat we iemand bemoedigen. Soms betekent liefde dat we eerlijk durven spreken wanneer iemand dreigt af te dwalen. Ware liefde is niet hetzelfde als alles goedvinden; zij zoekt het welzijn van de ander.
Paulus zegt in de tweede lezing heel duidelijk: “Heb niemand iets schuldig dan de liefde.” Dat is de kern van het christelijke leven. Alle geboden vinden hun vervulling in de liefde tot de naaste. Wie werkelijk liefheeft, doet de ander geen kwaad. Liefde is niet alleen een gevoel; het is een keuze, een houding, een manier van leven.
Maar hoe moeilijk is dat soms! Vooral wanneer er spanningen of kwetsuren zijn. Dan kiezen wij gemakkelijk voor afstand, voor zwijgen, voor kritiek achter iemands rug. Jezus geeft in het evangelie van Matteüs een andere weg aan. Wanneer iemand tegen ons gezondigd heeft, zegt Hij: ga naar die persoon toe en spreek hem of haar aan.
Dat vraagt moed en nederigheid. Het is vaak gemakkelijker om over iemand te praten dan met iemand te praten. Maar Jezus nodigt ons uit tot een liefde die relaties probeert te herstellen. Niet om de ander te vernederen, maar om de verbondenheid terug te vinden.
Daarbij zegt Jezus ook iets heel bijzonders: “Waar twee of drie mensen in mijn naam samen zijn, daar ben Ik in hun midden.” Hij belooft niet alleen zijn aanwezigheid in grote bijeenkomsten of indrukwekkende vieringen, maar juist ook in de kleine momenten waarop mensen elkaar zoeken, vergeven en opnieuw beginnen.
De Kerk is geen gemeenschap van volmaakte mensen. Het is een gemeenschap van mensen die onderweg zijn, die fouten maken en elkaar nodig hebben. Daarom zijn eerlijkheid, vergeving en barmhartigheid zo belangrijk. Wij dragen elkaar, zoals God ons draagt.
De vraag die de lezingen ons vandaag stellen is daarom niet alleen: “Wat doet de ander verkeerd?” maar vooral: “Hoe kan ik een teken van Gods liefde zijn voor de ander?” Ben ik bereid om de ander op te zoeken? Ben ik bereid om te luisteren? Ben ik bereid om te vergeven?
Moge God ons de wijsheid geven van de wachter, het hart van de liefde waarover Paulus spreekt, en de zachtmoedigheid van Jezus die mensen niet afschrijft maar opnieuw bij elkaar brengt.
Amen.