Lieve broers en zussen,
Waarom hoorden we in het evangelie dat merkwaardige verrijzenisverhaal? Jezus is toch nog niet gekruisigd en verrezen? Het antwoord vinden we in wat er even voordien is gebeurd: Jezus heeft gezegd dat Hij in Jeruzalem zal vermoord worden, maar dat Hij op de derde dag uit de dood zal worden opgewekt. Maar hoe kunnen de apostelen dat geloven?
Het is dus zeer begrijpelijk dat Jezus Petrus, Jacobus en Johannes mee de berg opneemt, waar Hij voor hun ogen straalt als de zon, en zijn kleed een glanzend licht wordt. En zo, in het licht van zijn verrijzenis, en in het gezelschap van de belangrijkste profeten uit het verleden, leren die drie apostelen de ware Jezus kennen. En het blijft daar niet bij, want vanuit een lichtende wolk klinkt een stem: ‘Dit is mijn geliefde Zoon, in Hem vind Ik vreugde. Luister naar Hem.’ Het is dus niet te verwonderen dat Petrus, Jacobus en Johannes zich op de aarde werpen en hun gezicht uit angst verbergen. Want nu worden ze geconfronteerd met de indringende werkelijkheid dat Jezus geen mens is zoals zij, maar een belichaming van God.
Wellicht vragen we ons daarbij af waarom Jezus de apostelen verbiedt vóór zijn verrijzenis aan anderen te vertellen wat ze gezien hebben. De reden is dat niemand hen zal geloven. Maar dat zullen ze wel doen als Jezus echt uit de dood is opgestaan.
Zoals altijd moeten wij ons afvragen wat dit verhaal voor ons betekent. Wie is Jezus voor ons? Welk beeld hebben wij van Hem? Als we daarop antwoorden, moeten we vaststellen dat het een beeld is van de gekruisigde Christus. We maken een kruisteken, we dragen een kruisje aan een kettinkje, in elke kerk trekt een groot kruisbeeld de aandacht, en bij velen hangt thuis in elke kamer een kruisje. En dat is merkwaardig, want ons geloof steunt toch op de verrezen Heer? Dus moeten we ons afvragen hoe wij in Jezus geloven. Doen we dat altijd, ook in moeilijke dagen? In dagen waarop alles tegenzit? Dagen waarop we geconfronteerd worden met ziekte en dood, met conflicten en miserie?
Maar misschien zit precies daarin de kracht van ons geloof in de gekruisigde Christus: Hij heeft dat allemaal zelf meegemaakt. Hij werd verraden, vervolgd, gemarteld, gekruisigd. Hij stierf een vreselijke dood. Hij kan dus ook in de moeilijkste en de pijnlijkste dagen met ons meevoelen. En bovenal toont Hij aan dat dit niet het einde is, want Hij is verrezen. Dat zullen wij dus ook doen. En daarin zit de kracht van ons geloof: dat ons leven maar een overgangstijd is naar eeuwig leven in liefde, vrede en vreugde.
Die kracht en dat geloof moeten we opbouwen, net zoals Abraham dat moest doen. God de Heer heeft hem bevolen weg te trekken uit zijn land, op weg naar het land dat Hij hem zal aanwijzen. Maar waarom hij iedereen en alles moet achterlaten, waar hij zal terechtkomen en wat hem daar wacht, weet hij helemaal niet. Hij moet dus volledig op God vertrouwen. Dat is ook de weg die wij moeten gaan. God nodigt ons uit Hem blindelings te volgen en alles achter te laten wat ons verhindert om dat te doen: egoïsme, zelfverheerlijking, jacht op macht en bezit enzovoort. God vraagt dat we niet onszelf, maar Hem op de eerste plaats stellen. God weet beter dan wijzelf wat wij nodig hebben.
Broers en zussen, de veertigdagentijd is echt een tijd om ons te bezinnen, om onszelf achter te laten en ons te verdiepen in ons geloof. Het is dus goed dat we hier elke zondag zijn, de woorden en daden van Jezus aanhoren en Hem in de communie ontvangen. Dat spoort ons aan Hem te volgen, niet alleen in woorden, maar ook in daden. ‘Het is nú tijd voor actie’, zegt Broederlijk Delen. Laten we dat dus doen: ons actief inzetten voor de beleving van ons geloof, in woorden en in daden. Amen.