Wij willen SAMEN vieren, de daden van de Heer
Op de drempel van de Goede Week wil ik even stilstaan bij de betekenis van deze heilige dagen voor ons geloof én de diepe eenheid van vieren die ze kenmerken. Dit zal overduidelijk worden wanneer we samenkomen om de Heer te volgen van heel nabij. In het Paastriduüm gaat het uitdrukkelijk niet om ons, maar om datgene wat Hij voor ons heeft gedaan en nog steeds doet. Daarom willen we samenkomen rond Hem, Hem volgen, Hem nabij zijn: wanneer Hij Jeruzalem betreedt, als Hij ons de voeten wast in de bovenzaal, onder het kruis voorbij het verraad en de geseling, in zijn grafrust en in de nacht naar Pasen waar Hij de banden van de dood doorbreekt.
De Goede Week en het Paastriduüm vormen het hart van het christelijk geloof. Het zijn geen losse vieringen, maar één groot mysterie dat zich uitstrekt over verschillende dagen: het mysterie van Christus’ lijden, dood en verrijzenis. Wat wij vieren, is niet enkel een herinnering aan wat ooit gebeurd is, maar een levende werkelijkheid waarin wij worden binnengeleid. Daarom spreken we terecht van één doorgaande viering, met verschillende momenten, maar met één en dezelfde kern: de zelfgave van de Heer uit liefde tot het uiterste.
Palmzondag opent deze heilige week. Wij volgen Christus wanneer Hij Jeruzalem binnentrekt, en wordt toegejuicht met palmtakken en hosannageroep. Maar diezelfde viering laat ons ook het lijdensverhaal horen. Vreugde en dreiging liggen dicht bij elkaar. Wat begint als een feestelijke intocht, mondt uit in het pad naar het kruis. Palmzondag zet de toon: wij willen Hem volgen, niet alleen in het licht, maar ook als de weg die Hij moet gaan duister en dreigend wordt.
Witte Donderdag opent het Paastriduüm. In de viering van het Laatste Avondmaal geeft Christus zichzelf in brood en wijn en vertrouwt Hij de Kerk de Eucharistie toe. Tegelijk toont Hij in de voetwassing wat de diepste betekenis is van zijn leven: dienen in liefde. Eucharistie en dienstbaarheid horen onlosmakelijk samen. Wat wij ontvangen aan de tafel van de Heer, wordt ons gegeven opdat wij het zouden doorgeven in concrete liefde. Deze avond draagt reeds het teken van wat komt: de overgave, het ‘gegeven worden’ van Christus.
Goede Vrijdag brengt ons onder het kruis. Hier wordt zichtbaar hoe ver die liefde gaat: tot in de uiterste consequentie, tot in de dood. De Kerk viert die dag geen Eucharistie; zij blijft in stilte en aanbidding bij het kruis. Het is geen dag van wanhoop, maar van ernstige, ingetogen eerbied voor het mysterie van een liefde die zichzelf niet spaart. In het kruis wordt duidelijk dat God solidair is met het lijden van de mens, en dat juist daar de weg naar leven geopend wordt.
Stille Zaterdag is de dag van de grote stilte. Christus rust in het graf. De Kerk waakt, vaak zonder woorden. Het is de dag van verwachting, van wachten tegen de grens van het onzegbare. Hier wordt zichtbaar dat God ook aanwezig is in de leegte, in het niet-weten, in de ervaring dat alles stilvalt. Het is een dag die ons leert uithouden, vertrouwen en hopen, zelfs wanneer het licht nog niet zichtbaar is.
Die stilte mondt uit in de Paaswake, de moeder van alle nachtwakes. In de nacht breekt het licht door. Het vuur wordt ontstoken, het Licht van Christus wordt binnengebracht, en stap voor stap wordt het donker verdreven. In de lange reeks lezingen herleest de Kerk de geschiedenis van Gods trouw, van schepping tot verlossing. In deze nacht vieren wij dat de dood niet het laatste woord heeft. Christus is verrezen. Het leven heeft overwonnen.
Aan het einde van de Paaswake wordt in de eenheid onze verscheidenheid duidelijk: voor elk van onze kerken wordt de nieuwe paaskaars ontstoken en gezegend. Gedragen door een parochiaan van ter plaatse vormen we een stoet van licht die met Gods zegen erop uit trekt om in de eigen kerk vervolgens door vlam en licht getuige te zijn van de Verrijzenis van de Heer.
Paaszondag is de dag van de vervulling. Wat in de nacht begonnen is, wordt nu voluit gevierd: de vreugde van de verrijzenis, de nieuwe schepping, het begin van een leven dat sterker is dan de dood. De Kerk leeft van deze dag, elke zondag opnieuw. Want wat wij met Pasen vieren, is de bron van ons hele geloof.
Deze dagen vormen samen één geheel. Wie ze los van elkaar beleeft, mist de samenhang. Wie ze samen viert, wordt stap voor stap binnengeleid in het hart van het geloof. Daarom is het van groot belang dat wij deze vieringen als gemeenschap beleven, en dat wij ze precies daarom in een en dezelfde kerk vieren. Niet uit praktische overwegingen, maar als uitdrukking van een diepere waarheid: wij zijn één lichaam in Christus. In deze dagen, waarin Hij zichzelf geeft tot het uiterste, wordt ook aan ons gevraagd om die eenheid zichtbaar te maken.
Samenkomen rond dezelfde tafel, samen luisteren naar hetzelfde Woord, samen waken, samen hopen en samen zingen van de verrijzenis: het zijn geen bijkomstigheden, maar wezenlijke tekenen van wie wij zijn als Kerk. In de eenheid van plaats en viering wordt zichtbaar wat wij belijden: dat Christus ons samenbrengt tot één kudde, één gemeenschap onder de goede zorgen van de éne goede herder die Hijzelf is.
Daarom deze uitnodiging: laten wij deze heilige dagen niet individueel of versnipperd beleven, maar als één gebeuren in onze éne gemeenschap, rond de éne Heer. Niet wij staan centraal, maar Hij – en wat Hij voor ons heeft gedaan. In dat samen vieren wordt ons geloof verdiept, onze hoop versterkt en onze liefde vernieuwd. Zo willen wij SAMEN vieren, de daden van de Heer.
PRAKTISCH:
- Voor Palmzondag vragen we vriendelijk om zelf voor palmtakjes te zorgen. Er is een voorraad maar het is raadzaam voor eigen gebruik zelf in te staan.
- Voor Goede Vrijdag vragen we – voor de avonddienst van de Kruishulde – om een bloem mee te nemen die het kruis kan tooien. Bij de individuele en persoonlijke verering van het Kruis krijgt elkeen de kans om dat uit te drukken door, onder andere, een bloem bij het kruis neer te leggen.
Priester Herbert Vandersmissen