“Als gij mijn geboden onderhoudt, zult gij in mijn liefde blijven.” “Gij zijt mijn vrienden als gij doet wat Ik u gebied”. De woorden die Jezus in het evangelie tot zijn leerlingen en ook tot ons spreekt, komen wellicht in eerste instantie dwingend over. Kan dat wel? Kun je iemand opdragen lief te hebben? Liefhebben, dat kan je toch alleen in vrijheid?
Liefde is in het evangelie een werkwoord en het gaat niet zonder pijn en schuren. ‘Alles verdraagt ze, alles gelooft ze, alles hoopt ze, alles verduurt ze’, zegt Paulus. Maar liefde is niet een gebod met een vermanende vinger, niet een dwingend juk.
Het fragment dat we horen, is een onderdeel van Jezus afscheidsrede. We zitten aan tafel bij het Laatste Avondmaal. Stel je maar voor dat ook wij daarbij zijn. Dat wij zijn leerlingen, zijn vrienden zijn. Jezus wil nog iets kwijt. Hij geeft ons zijn testament. Op deze avond wil Hij zijn erfenis met ons delen, waaruit Hij geleefd heeft. Waaruit leefde Jezus? Wat is zijn kracht?
Jezus weet zich gedragen door de liefde van zijn Vader. ‘Zoals de Vader Mij heeft liefgehad, zo heb Ik u liefgehad’.
Ik moet denken aan de woorden die Dietrich Bonhoeffer vlak voor zijn executie vanuit de gevangenis aan zijn familie schreef:
“Door goede machten trouw en stil omgeven, behoed, getroost, zo wonderlijk en klaar,
zo wil ik graag met u mijn liefsten, leven, en met u ingaan in het nieuwe jaar
(…)
En wilt Gij ons de bitt’re beker geven met leed gevuld tot aan de hoogste rand,
dan nemen wij hem dankbaar zonder beven aan uit uw goede, uw geliefde hand.
In goede machten liefderijk geborgen, verwachten wij getroost wat komen mag.
God is met ons des avonds en des morgens, is zeker met ons elke nieuwe dag.”
Je zo gedragen weten, dat was Jezus’ kracht. Die kracht gunt Hij zijn leerlingen, die gunt Hij ons, dat jij je geborgen en gedragen weet door Gods liefde.
Raf De Loor
pastoor Temse/Kruibeke - °2.3.1948 - +4.2.2026