“Jullie zijn het zout der aarde!” Dat zijn de woorden van Jezus uit het evangelie volgens Matteüs, die klonken tijdens de instapviering van 7 en 8 februari.
Zout zijn? Dat klinkt misschien wat vreemd. Maar zout geeft smaak. En ieder van ons mag, als vriend van Jezus, een smaakmaker zijn voor anderen. Want vanuit God die liefde is, kunnen wij niet alleen ons eigen leven, maar ook dat van anderen meer kleur en smaak geven.
Goed zijn voor anderen zit vaak in kleine dingen.Hoe we dat precies kunnen doen, vertelde de profeet Jesaja ons in enkele voorbeelden: eten geven aan wie honger heeft, kleren schenken aan wie niets heeft,maar het kan ook door een luisterend oor te bieden aan wie nood heeft aan een gesprek, of door een vriendje te zijn voor iemand die zich alleen voelt.
Als christenen hebben wij ook Jezus als voorbeeld. Hij heeft ons getoond hoe we smaakmakers kunnen zijn. Jezus droeg Gods liefde diep in zijn hart en deelde die liefde met woorden en daden. Maar Jezus wist ook dat het niet altijd gemakkelijk is om Gods stem te horen. Soms raken we de draad kwijt en hebben we God nodig om ons eraan te herinneren zout voor de wereld te zijn. Daarom gaf Jezus ons wijze woorden om tot God te bidden: het Onzevader.
Een mooi geschenk voor onze eerstecommunicanten was dan ook een bladwijzer met daarop dit gebed.
We hopen dat al onze eerstecommunicanten, samen met alle andere aanwezige kinderen en parochianen, een beetje zout willen zijn in de wereld en zo de smaak van liefde verspreiden. Op die manier wordt onze wereld telkens een beetje meer de wereld waarvan God droomt.