Op maandag 22 december kwamen de vormelingen van Anzegem samen met hun catechisten voor hun tweede vormselbeurt. In het teken van het vormselthema ‘Handen vol hoop’ verdiepten ze zich in de betekenis van Kerstmis: de geboorte van Jezus.
Ze luisterden samen naar een kerstverhaal en stonden stil bij de betekenis van de advent, een tijd van verwachten en voorbereiden. Daarna werden de vier kaarsen van de adventskrans aangestoken. Elke kaars staat symbool voor een belangrijke waarde: liefde, vrede, vreugde en hoop. Rond deze thema’s kregen de vormelingen een creatieve en inhoudelijke opdracht.
Daarnaast maakten ze een eigen adventslichtje en speelden ze een ‘muzikaal pak’, waarbij op een speelse manier hun kennis over Kerstmis werd getest. Als beloning kregen ze elk een T-shirt met hun naam erop.
Als vormelingen willen ze, net zoals Jezus, een licht zijn voor anderen. Met kleine gebaren en open handen kunnen we hoop brengen in de wereld. Zo vatten we, met handen vol hoop, samen het nieuwe jaar aan.
Ooit waren er vier kaarsen …
De eerste kaars zei: “Mijn naam is Vrede. Maar er is nog steeds oorlog.”
En de kaars ging uit.
De tweede kaars zei: “Mijn naam is Geloof. Maar de mensen lopen bij mij weg.”
En de kaars ging uit.
De derde kaars zei: “Mijn naam is Liefde. Maar de mensen vergeten mij. Ze houden niet meer van elkaar, alleen nog maar van zichzelf.”
En de kaars ging uit.
Een kind liep de kamer in.
Hij zag dat drie van de vier kaarsen niet brandden, en hij begon te huilen.
De vierde kaars zei: “Kind, huil niet. Maak je geen zorgen. Ik brand nog steeds.
We kunnen met mijn vlam de andere kaarsen weer doen branden.
Mijn naam is Hoop.”