Sint-Christoffel is de bekende beschermheilige van reizigers, automobilisten en pelgrims. Volgens de legende was hij een reus die reizigers veilig over een gevaarlijke rivier droeg. Zijn naam betekent 'Christusdrager' omdat hij, na het overdragen van een klein kind, ontdekte dat dit Jezus was. Zijn naamdag wordt gevierd op 24 of 25 juli. Tot op de dag van vandaag worden Christoffelbeeldjes, -hangertjes en sleutelhangers gebruikt als geluksbrenger voor onderweg om ongelukken te voorkomen.
Veel mensen die op reis gaan, hebben een plaatje van Christoffel bij zich, bijvoorbeeld aan een sleutelhanger of op een kaartje. Op een plaatje zie je Christoffel bijna altijd als een hele grote en sterke man. Vaak staat hij bij of in een rivier. Op zijn schouders draagt hij een kind, en in zijn hand heeft hij een staf, een soort stok. Maar wie is dan kindje? En waarom staat Christoffel bij een rivier?
Christoffel is een hele grote en sterke man; hij is reusachtig. Hij wil de allersterkste heerser helpen! Eerst helpt hij de koning. Maar de koning is bang voor de duivel. Dan helpt hij de duivel. Maar de duivel is bang van voor Jezus. Christoffel wil nu Jezus helpen. Hij gaat op zoek naar Jezus. Onderweg ontmoet Christoffel een kluizenaar. De kluizenaar vertelt hem over Jezus en zegt dat hij een manier weet om Jezus te helpen. Hij neemt Christoffel mee naar een wilde, gevaarlijke rivier. In die rivier verdrinken vele mensen als ze willen oversteken. Maar Christoffel is groot en sterk. Daarom kan hij de mensen veilig naar de overkant brengen. Zo gezegd, zo gedaan. Christoffel bouwt een hutje aan de oever van de rivier.
Van een jong boompje maakt hij een staf. Elke dag draagt Christoffel mensen veilig naar de overkant van de woeste rivier. Op een nacht staat er een kind aan de oever. Het kind vraagt: ‘Christoffel, wil je mij veilig naar de overkant dragen?’ Christoffel tilt het kind op zijn schouders. Maar wat gebeurt er? Het water van de rivier stijgt en het kind wordt zo zwaar als lood. Christoffel moet al zijn kracht gebruiken om de overkant te halen. Als ze eindelijk aan de andere kant zijn, zegt Christoffel: ‘Kind, wat was je zwaar! Het leek wel of ik de hele wereld op mijn schouders droeg!’ Het kind antwoordt: ‘Je droeg ook de hele wereld op je schouders, ik ben Jezus Christus, de Koning, die jij al die tijd hebt geholpen.’