19e Zondag - jaar A
9 augustus 2026
Lezingen
- 1 K 19, 9a. 11-13a (Treed aan voor de Heer op de berg)
- Mt 14, 22-33 (Heer, zeg me over het water bij U te komen)
Homilie
Over het water lopen naar Jezus toe… Het is een wonderlijk evangelieverhaal. De meesten onder ons kennen waarschijnlijk de uitdrukking wel van: je moet over eieren kunnen lopen. D.w.z. je moet heel omzichtig te werk gaan in delicate situaties om niemand te kwetsen, om niemand op stang te jagen, om geen misverstand te verwekken.
Misschien is dit evangelieverhaal alleen maar een manier om te zeggen dat het geloof in Jezus ook zoiets is als over water, als over eieren lopen. Met andere woorden: alle mathematische wetenschappelijke zekerheden prijsgeven, geen vaste grond onder de voeten meer voelen. En inderdaad ja, om in Jezus te geloven kun je niet steunen op zintuiglijke waarneming. Je ziet Hem niet. Er is geen waterdichte bewijsvoering van zijn aanwezigheid in deze, in onze wereld.
Geloven in Jezus is als over het water lopen.
Als er één zekerheid is, dan is het die van het hart,
die van de ervaring van een innerlijke rust die van Hem uitgaat,
het is als het vastgrijpen van de hand van de vader of de moeder wanneer een kind zich in moeilijke omstandigheden bevindt.
Als men ons zou vragen waarom wij hier zitten, waarom wij in Hem geloven.
Dan kunnen wij meestal niet antwoorden met een tastbaar bewijs,
dan kunnen we alleen maar terugvallen op enkele heel persoonlijke ervaringen, die meestal moeilijk onder woorden te brengen zijn.
Geen sterke verhalen om mee uit te pakken, maar stille momenten van levensmoed, van volhouden, van vergeven ook.
Dan is het zoals in de eerste lezing: God is niet in de storm, niet in de aardbeving, niet in het vuur.
Hij is wél in de zachte bries die ons van binnenuit beroert, die verfrissend gelukkig maakt.
Het is de zachte aandrang om een goed mens te zijn. Om dat waar te maken zullen we wél over water en soms over eieren moeten lopen.
Het is zomer en velen zoeken dan de verfrissing op van de zee.
We gaan dus over water wandelen. Hoe heerlijk moet dit aanvoelen. Schoenen en kousen uit en op blote voeten het gladde rimpelige oppervlak onder je voelen. Je deint mee. Onmiddellijk voel je hoe je gedragen wordt, bij elke stap. Je pletst op zekerheid. Verrassend onwennig is dit.
Je beweegt op een donkere diepte die helemaal niet dreigt. Er is geen angst, wel een grote natuurlijke rust, een soort mateloze sereniteit.
Het uitzicht is wijd, overal rondom ons niets dan water. Je liet de drukte achter je, je voelt je licht, en je ademt breed. Er is iets als “oneindigheid”.
Onwillekeurig wandel je, zonder haast, door het water naar iemand toe. Zonder omwegen ga je iemand groeten, iemand de hand reiken, midden die wijde watervlakte, op naakte voeten.
Kunnen wij ons dit voorstellen ?
Ik zou hier nog een andere uitdrukking bij kunnen betrekken, nl. van zich op glad ijs wagen.
Je loopt dan ook op water, zij het op bevroren water. Maar het geeft ook een speciaal gevoel. Zal het wel sterk genoeg zijn?
In het tehuis waar mijn dochter verblijft heeft men zo’n ‘snoezelruimte’ een ruimte waar de gasten tot rust kunnen komen, door speciale belevingen.
Zo kunnen zij door allerlei technieken het beeld van bewegend water op de vloer creëren met daar de nodige geluiden bij. Het voelt aan alsof het écht is, alsof je écht op het water loopt, fantastisch en het brengt rust. Hier in het Balanske in Tielt-Winge is dat ook. Het brengt mensen tot rust.
Zo naar elkaar toestappen, over een waterspiegel of een deining. Het doet de tijd verdwijnen. Het heeft iets onwankelbaars. Ik ben er zeker van dat wij dat allemaal heel graag zouden willen kunnen dat wij graag die stem van Jezus zouden willen horen van Jezus die zegt: “wees niet bang, kom maar gerust naar mij toe”.
Dat water je zo kan dragen, dat je alle donkerte en dreiging bedwingt, dat de zee – die geweldenaar, die al veel op zijn geweten heeft, je niet meer, nooit meer, zal verslinden of verzwelgen, daar dromen wij van, wij allemaal en vooral alle gedwongen migranten op zee die deze roepstem van Jezus als redding, méér nodig hebben dan waterspoken.
Wandelen over water, schrijven Matheus, Marcus en Johannes. Daarmee tekenen zij een mens als iemand die, gedragen, die de mysterieuze, gevaarlijke diepte overwint, die onheil onder de voeten houdt, alsof de zee genezen is van haar chaos, alsof het gevecht met het kwaad en elke ondergang voorgoed is overwonnen.
Zonder water geen godsdienst zegt de Engelse dichter Larkin, en hij heeft gelijk.
In heel de bijbel speelt water een belangrijke rol, de zondvloed met de ark van Noé, de uittocht door de Jordaan, Johannes de doper.
Ook wij vandaag gebruiken nog altijd water bij de doop en water bij de uitvaart.
Maar ik zou mijn preek vandaag toch willen besluiten met het volgende, nl. Jezus begon zijn openbaar leven op de bruiloft van Kanaän waar Hij water in wijn veranderde. Bij het laatste avondmaal werd er water bij de wijn gedaan, wat de priester vandaag nog steeds doet bij een eucharistieviering.
Welnu, voor een goede samenleving, om in een relatie goed met elkaar te blijven overeenkomen, is het goed dat we daar ook steeds het nodige water bij de wijn blijven doen
Laat ons aub niet naïef zijn;
God lost de problemen niet op;
Maar ook, God is ook niet de schuld van de problemen.
Hoe dan ook, de lezingen van vandaag geven ons stof genoeg tot nadenken hierover en vergeet niet:
Doe wat water bij de wijn, maar zorg er wél voor dat de kwaliteit niet verdwijnt.
© Cor van den Bosch
Reacties
Om reacties te zien en te reageren op dit artikel moet je je eerst even aanmelden via het menu bovenaan. Tot gauw.