6e zondag - Jaar A
15 februari 2026
Lezingen
- Jezus Sirach 15,15-20 (Als gij maar wilt, kunt gij U aan de geboden houden)
- Mt 5, 17-37 (Uw ja zij ja en Uw neen, neen )
Homilie
Geachte Medegelovigen,
Wat we zoëven hebben gehoord, is niet om te lachen. Een heel andere Jezus dient zich aan dan degene die we gewoon zijn. Waar is de man van de diepzinnige gesprekken met de Samaritaanse vrouw of met Nicodemus, de man van de zaligsprekingen, die het heeft over zachtmoedigen en armen van geest; waar is de genezer van lammen en blinden? De Jezus die we hier ontmoeten, is radicaal en compromisloos. Toch komen de harde woorden die Mattheüs ons doorgeeft, uit dezelfde bergrede als die van de zaligsprekingen.
Jezus verwijst telkens naar de strenge morele voorschriften die gangbaar waren bij Zijn Joodse volks- en geloofsgenoten. “Gij moet niet denken dat Ik daar iets van af doe, zegt Hij, integendeel: wat Ik eis, gaat veel verder. Want als Uw gerechtigheid niet uitstijgt boven die van Schriftgeleerden en Farizeeën, kunt ge het vergeten: de hemel zal voor U gesloten blijven.” En dan begint Hij op te sommen:
“Ze hebben U geleerd: ‘Gij zult niet doden’. Maar Ik zeg U: gewoon vertoornd zijn op Uw broeder of hem uitschelden, is al een zware zonde. Het heeft dan ook geen zin aan God een offer te willen brengen als ge U voordien niet met die broeder hebt verzoend.”
“Ze hebben U gezegd: ‘Gij zult geen echtbreuk plegen,’ maar Ik zeg U: wie een andere vrouw begeert, heeft in zijn hart al echtbreuk met haar gepleegd. En wie een vrouw huwt, ook al is ze perfect volgens de Joodse regels door haar man weggestuurd, die begaat echtbreuk.” Om vervolgens te verwijzen naar seksuele misstappen: “Als ge last hebt van Uw oog, ruk het dan uit, en als Uw rechterhand U tot zonde aanzet, hak ze af.”
“Ze hebben U voorgehouden: ‘Gij zult geen valse eed afleggen en Uw eden nakomen’, maar Ik zeg U: gij zult helemaal niet zweren. Eden zijn voor niets nodig: Ja moet ja zijn en neen, neen.”
De lijst is nog niet af: er komen nog de bekende uitspraken over het aanbieden van de andere wang en het beminnen van de vijanden.
Daar staan we dan. Als we de tekst echt op ons laten inwerken, voelen we ons ongemakkelijk. Kunnen we ooit aan die strenge eisen voldoen? Sommigen misschien wel, maar velen beseffen dat het hun petje te boven gaat. Moderne Joden, van wie sommigen ook sympathiek staan tegenover Jezus, vinden dat Hij hier overdrijft en knappen daarop af. Naar een andere vrouw kijken is nog wat anders dan overspel plegen, zeggen ze, en een flinke mep teruggeven wanneer men wordt geslagen, is toch niet meer dan normaal. Wat we daar verder ook over mogen denken, hier wordt duidelijk waarin de christelijke moraal verschilt van de Joodse. Jezus vraagt altijd iets meer – soms veel meer – dan wat we menselijk haalbaar achten. “Weest volmaakt zoals Uw hemelse Vader volmaakt is,” zal Hij trouwens even verder zeggen.
Omdat de meesten onder ons beseffen dat we dat ideaal nooit helemaal kunnen bereiken, dreigen schuldgevoelens en moedeloosheid zich van ons meester te maken. Dat kan leiden tot scrupulositeit of, omgekeerd, tot onverschilligheid. Een ander gevaar is natuurlijk schijnheiligheid. Christenen krijgen vaak het verwijt dat ze wel hooggestemde idealen prediken, maar dat ze er zelf allesbehalve naar handelen: precies wat Jezus in Zijn tijd aan Schriftgeleerden en Farizeeën verweet. Erger nog, in zekere zin, zijn de verzuurde deugdzamen, mensen die zichzelf forceren, daarom ook aan anderen overdreven eisen stellen en zo een domper zetten op ieders levensvreugde.
Dit gezegd zijnde, loont het misschien toch de moeite over Jezus’ woorden wat dieper na te denken en proberen Zijn weg te volgen, maar dan zonder verbetenheid en met een grote mildheid voor anderen en ook een beetje voor onszelf. Eerst moeten we voldoen aan de oude tien geboden van de Joden. Als we die nakomen, hebben we al heel wat bereikt. En dan komt – misschien? hopelijk? – het schepje erbovenop, het supplement dat Jezus vraagt. Als we dáártoe in staat zijn, zal de wereld er ongetwijfeld een stuk beter aan toe zijn. Stel U even voor: christenen die gemeend hartelijk zijn tegenover elkaar en tegenover anderen; die hun soms begrijpelijke boosheid in toom weten te houden; christenen die er alles voor over hebben om zich totaal en blijvend te engageren in hun huwelijk, ook wanneer het moeilijk gaat; christenen die in alle omstandigheden de waarheid spreken en onvoorwaardelijk betrouwbaar blijken.
Wie het vanuit die hoek bekijkt, moet toegeven dat Jezus het wellicht bij het rechte eind heeft, ook al mogen we Zijn milde kant nooit uit het oog verliezen en ons zeker niet in Zijn plaats stellen door anderen de les te spellen.
In deze context doet het goed af en toe ook eens een ‘rustig’ Bijbelboek ter hand te nemen, zoals dat van Jezus Sirach, een Schriftgeleerde uit Jerusalem, die ongeveer tweehonderd jaar vóór zijn naamgenoot uit Nazareth leefde. Zijn werk, waaruit we een kort fragmentje hoorden in de eerste lezing, behoort tot de laatste stukken die in ons Oude Testament terecht zijn gekomen. Het getuigt van gezond boerenverstand: geen hoogdravende gedachten, geen grote literatuur, maar veel simpele wijsheden. Jezus Sirach is zich bewust van de vergankelijkheid van het aardse leven. Hij beseft dat de mens, met al zijn beperkingen, ook maar mens is, al is die mens volgens hem toch in staat vrij te kiezen voor het goede dat God hem voorhoudt. Volgens hem is die mens dan ook verantwoordelijk voor zijn daden: “Als gij maar wilt, kunt gij U aan de geboden houden, en als ge er behagen in schept, kunt ge trouw blijven,” aldus de brave man. Zo lastig is het allemaal niet. Die trouw is des te merkwaardiger omdat in Sirachs tijd (ca. 190-180 v.C.) het hiernamaalsgeloof bij de Joden nauwelijks was ontwikkeld. Men handelde niet met het oog op een beloning of straf na de dood. Eerder verwachtte men een lang en gelukkig bestaan hier op aarde als een mogelijke tegemoetkoming van God voor een rechtvaardig leven. Zo’n heldhaftige houding dwingt respect af. Het is een kwestie waar ik bij gelegenheid nog eens hoop op terug te komen.
Maar wat er ook van zij, dat ook de gematigde woorden van een Jezus Sirach in de Bijbel zijn opgenomen, kan voor ons allen alleen maar een geruststellende gedachte zijn.
© Hans.Hauben@kuleuven.be
Reacties
Om reacties te zien en te reageren op dit artikel moet je je eerst even aanmelden via het menu bovenaan. Tot gauw.