3e zondag - Jaar A
25 januari 2025
Lezingen
- Js 8, 23b—9, 3 (Het volk dat in het duister wandelt)
- 1 Kor 1, 10-13. 17 (Laat er geen verdeeldheid zijn)
Homilie
‘Het volk dat in de duisternis ronddoolt, ziet een groot licht.’
… dat zegt Jesaja in de eerste lezing, en zijn woorden worden door Mattheus in het evangelie herhaald. In hem zag het volk, dat in de duisternis leefde, een schitterend licht.
In de duisternis leven en ronddolen … ik vermoed dat we ons dat niet meer echt kunnen voorstellen, want de duisternis bestaat niet meer. Al meer dan honderd jaar heeft het licht die duisternis verdreven uit onze huizen, uit fabrieken en bedrijven, op straat, uit dorpen en steden. Leven, werken, ons verplaatsen, ons ontspannen zonder licht is ondenkbaar. En het licht is zo sterk verspreid dat we in Vlaanderen wellicht geen enkel plekje meer vinden waar het niet aanwezig is. We zijn het zo gewoon dat velen onder ons zelfs niet meer kunnen slapen in volle donkerte. Er moet een klein lichtje branden, of het straatlicht moet een beetje binnenkomen. Want licht in de duisternis, dat hebben we nodig.
En dàt is precies wat Jezus is: Licht in de duisternis. Niet de duisternis van de nacht, maar van het leven en de samenleving. En die duisternis is er altijd geweest, zelfs tot op de dag van vandaag. De duisternis van armoede en uitbuiting, van geweld en bedrog, van ziekte en dood, van oorlog en burgeroorlog, van wreedheid en terrorisme. We moeten maar even om ons heen kijken, de krant lezen, naar de radio luisteren of televisie kijken, en de duisternis komt in golven over ons heen.
Maar… in dié duisternis straalt het Licht van Jezus, en Hij brengt de Blijde Boodschap: ‘Bekeer u, want het Rijk van God is nabij,’ zegt Hij. En Hij zegt ook: ‘Kom en volg Mij. Ik zal vissers van mensen van u maken.’
Dat vraagt Hij aan zijn toekomstige apostelen: dat ze Hem zouden volgen, zodat zij, net als Hij, vissers van mensen zouden worden. Zij waren al vissers, maar vissers van mensen: wat is dat? Jezus laat dat zien in zijn woorden en daden. Zijn woorden van liefde en vrede, en van een liefdevolle Vader die geen God is van straf en vervolging, maar van vergeving en barmhartigheid. Zijn daden van opkomen voor medemensen die uitgestoten worden omdat ze zondaars zijn of tollenaars, gekwetsten of gehandicapten, zieke mensen, arme mensen… Mensen die leefden in de duisternis van ellende en miserie. Deze mensen, heel concreet, nam Hij op in het licht van zijn Blijde Boodschap. Zijn Boodschap van barmhartigheid, van liefde en vrede in Gods nabijheid. ‘Laat mijn Vader binnen in uw leven’, zegt Hij. ‘Ook in uw dagelijks leven. Want dan is het Rijk der hemelen nabij, en dat is het Rijk van liefde, vrede en gerechtigheid.’
Misschien denken we er zelden of nooit aan, maar ook tegen ons zegt Jezus: ‘Kom en volg Mij. Ik zal vissers van mensen van u maken.’ Nu Hij niet meer zichtbaar aanwezig is, moeten wij het licht zijn dat Hij uitstraalt. Zijn licht dat straalt in de duisternis van onze medemensen dichtbij en veraf. En net als Hij moeten ook wij vissers van mensen zijn. Het zou dus goed zijn als we ons in alle eerlijkheid zouden afvragen of we dat wel zijn: vissers van mensen. Of zijn we misschien veeleer vissers van rijkdom en bezit, van alleen maar ons gezin, ons werk, onze zaak, ons ik weet niet wat nog allemaal als het maar op onszelf terugslaat? Brengen we dat licht dat Jezus is onder onze medemensen, of moeten ze maar verder leven in de doodse duisternis waarin ze door omstandigheden misschien terechtgekomen zijn?
Het evangelie volgens Johannes begint met heel merkwaardige woorden. ‘In het begin was het Woord. En het Woord was bij God, en het Woord was God.’ Zo luidt het, en een paar regels verder klinkt het: ‘En het Licht schijnt in de duisternis, maar de duisternis neemt het niet aan.’ Het zou goed zijn als deze woorden van Johannes niet op ons zouden slaan. Als we het Licht van God dus wel zouden aannemen. Als we Jezus, die het Licht is van God, in de duisternis van ons eigen leven en dat van onze medemensen zouden laten schijnen. Misschien met een inzet van vallen en opstaan, maar nooit van opgave. En altijd vol geloof en vertrouwen. Amen.
Reacties
Om reacties te zien en te reageren op dit artikel moet je je eerst even aanmelden via het menu bovenaan. Tot gauw.