Preek van de week | Kerknet
Overslaan en naar de inhoud gaan

Recent bezocht

Bekijk je recent bezochte microsites, auteurs en thema's
kerknet
  • Hulp
  • Startpagina portaal
  • Mijn parochie
  • Aanmelden of registreren
Menu
  • Startpagina
  • Kerk
  • Vieringen
  • Shop
  • Zoeken
Parochie Sint-Kwinten Linden

Parochie Sint-Kwinten Linden

  • Startpagina
  • Contacten
  • Kerken & vieringen
  • Zoeken
  • Meer
    • Kerken & vieringen
    • Zoeken
    • Pastorale Regio & Zone Onze parochie Sint-Kwinten
      Structuur (ploeg, raad, secr.)Zorg voor Kerk & SamenlevingParochiekalenderContact en informatie
      Vieringen
      WeekendvieringenFeestdagenDatums VieringenSamen-VierenGezinsvieringen & SacramentenBij OverlijdenLiturgische WerkgroepZingen in de vieringenYouTubeBeurtschema lectoren/vieringen
      Solidair met anderen Uitleenbibliotheek Onderwijs Verenigingsleven Buurtfeesten / Evenementen Beschikbaarheid POC (parochiaal ontmoetingscentrum) Parochieblad Preken
      Preek van de weekPreek beluisterenArchief
      Vorming & Verwijzing
Deel op Facebook
Deel op Twitter
Deel via e-mail
Preekstoel
Pastorale Regio & Zone Onze parochie Sint-Kwinten
Structuur (ploeg, raad, secr.)Zorg voor Kerk & SamenlevingParochiekalenderContact en informatie
Vieringen
WeekendvieringenFeestdagenDatums VieringenSamen-VierenGezinsvieringen & SacramentenBij OverlijdenLiturgische WerkgroepZingen in de vieringenYouTubeBeurtschema lectoren/vieringen
Solidair met anderen Uitleenbibliotheek Onderwijs Verenigingsleven Buurtfeesten / Evenementen Beschikbaarheid POC (parochiaal ontmoetingscentrum) Parochieblad Preken
Preek van de weekPreek beluisterenArchief
Vorming & Verwijzing

Preek van de week

Laatste aanpassing op dinsdag 21 april 2026 - 12:49
Afdrukken

3e Paaszondag - jaar A

19 april 2026

Lezingen

  • Hnd 2, 14. 22-33   (De strikken van de dood zijn ontbonden)
  • Lc 24, 13-35   (Hij werd herkend aan het breken van het brood)

Homilie

Geachte Medegelovigen,

In de vroege morgen van zondag 9 april (16 nisan) van het jaar 30 spoedden zich enkele vrouwen, onder wie Maria van Magdala, naar het graf van Jezus om het dode lichaam te wassen en met kostbare oliën te zalven. Ze hadden moeten wachten tot de Shabbat voorbij was, een Shabbat die dat jaar met het Paasfeest was samengevallen. U weet hoe het verder allemaal is verlopen. Ze troffen een leeg graf aan en kregen te horen dat Jezus uit de dood was opgestaan. Onmiddellijk keerden zij terug naar de binnenstad van Jerusalem om de leerlingen te verwittigen, maar daar stootten zij enkel op onbegrip. Toch haastte Petrus zich op zijn beurt naar het graf. Hij vond er alleen maar lijkdoeken en wist niet wat hij ervan moest denken. 

Een paar uur later vertrokken twee andere leerlingen richting Emmaüs, een dorp op ongeveer 11 km van Jerusalem, iets meer dan twee uur gaans.  Wat ze daar gingen doen, weten we niet. Het plan was er alleszins te blijven overnachten. Van één van de twee kennen we de naam: Kleop(h)as of Klopas, mogelijk een familielid (misschien een oom?) van Jezus. Beide mannen waren diep ontgoocheld en praatten onderweg over hetgeen er met Jezus was voorgevallen. 

Weldra kregen ze het gezelschap van een medereiziger, die vroeg waarover ze zich zo druk maakten en waarom ze zo somber keken. Ze reageerden een beetje gepikeerd: Was hij dan de enige in heel Jerusalem die niet wist wat er de voorbije dagen was gebeurd? Ze vertelden hem over de smadelijke terechtstelling van de man in wie ze al hun hoop hadden gesteld. Er waren wel enkele vrouwen die die morgen het graf hadden bezocht en waren teruggekeerd met een raar verhaal, maar zij hadden zich waarschijnlijk wat ingebeeld. Toen begon de vreemdeling op hen in te praten en uit te leggen dat die Jezus wel degelijk de Messias was en God hen zeker niet in de steek zou laten. 

Omdat het ondertussen al laat was geworden, stelden ze hem voor in Emmaüs te blijven eten en daar de nacht door te brengen. En dan gebeurde het. Tijdens het avondmaal nam Hij plots brood in Zijn handen en sprak Hij er de zegen over uit. Toen herkenden zij Hem, want de donderdag voordien hadden zij of hun vrienden Hem hetzelfde zien doen. Op dat moment verdween Hij uit hun gezicht. Nu begrepen ze waarom ze zich onderweg door Hem zo begeesterd hadden gevoeld. In plaats van in Emmaüs te blijven, keerden ze diezelfde avond nog, doodmoe, naar Jerusalem terug. Daar vernamen ze dat Jezus inmiddels aan Simon Petrus was verschenen. De vrouwen hadden inderdaad gelijk gehad. 

De Emmaüsgangers hebben een onvergetelijke indruk nagelaten. Talloze schilders hebben het tafereel proberen uit te beelden, Rembrandt zelfs verschillende keren. In één van die sublieme voorstellingen (uit het fameuze jaar 1648!) zien we het moment waarop Jezus het brood breekt en ze Hem herkennen, net vóór Hij weer verdwijnt. Sinds die dag weten Jezus’ volgelingen dat wanneer zij samen onderweg zijn en in Zijn Naam het Brood breken, Hij bij hen aanwezig is. 

“Zij herkenden Hem bij het breken van het Brood.” Inderdaad, de eucharistie is het universele kenmerk van de christenheid geworden. Overal waar christenen wonen, wordt het brood gebroken en de wijn gedronken als teken van verbondenheid met de verrezen Christus én met elkaar. Dat christenen aan dat ‘brood’ en aan die ‘wijn’ niet altijd dezelfde theologische betekenis toekennen (écht lichaam en bloed van Christus, zoals hedendaagse katholieken en orthodoxen zeggen, maar dan via een verschillende benadering, of enkel een symbolische, zij het sterke aanwezigheid, zoals bepaalde protestantse groepen menen) is uiteindelijk maar bijzaak. 

Onwillekeurig denk ik daarbij terug aan Abercius (Avircius, Aberkios) van Hiëropolis en zijn beroemd grafgedicht. Abercius was vermoedelijk een geestelijke (misschien een bisschop), afkomstig uit Phrygië (heden West-Centraal Turkije), uit een stad die thans Koçhisar heet.  Hij leefde in de late tweede eeuw en stierf waarschijnlijk rond het jaar 200, alleszins geruime tijd vóór 216. Over hem deden allerlei wonderverhalen de ronde, zodat men hem weldra als een heilige ging vereren. In geschriften werd daarbij melding gemaakt van een lang grafgedicht van 22 verzen, een gedicht dat hij naar eigen zeggen zelf zou hebben opgesteld toen hij 72 was en dat gekenmerkt werd door een moeilijk toegankelijke beeldspraak. Tot ver in de 19de eeuw gingen velen ervan uit dat het om een legendarische persoon ging en dat zijn levensbeschrijving (inclusief het grafgedicht) een stichtelijk verhaal was zonder historische wortels. Tot in 1882 (en ook later nog) verschillende stukken steen opdoken met fragmenten van het bewuste grafschrift. Mede dankzij de tekst uit de biografie heeft men het gedicht (en tot op zekere hoogte ook het monument) met grote zekerheid kunnen reconstrueren. Het resultaat bevindt zich in het Museo della Civiltà Romana in Rome. 

Abercius verwijst er naar zijn verre reizen, niet vanzelfsprekend in die tijd. Toch was hij geen uitzondering. Al van in de tijd van het Nieuwe Testament weten we hoe christenen hele netwerken uitbouwden over landen en continenten heen. Denk aan figuren als Paulus, Barnabas, Apollôs, het echtpaar Aquila en Priscilla, en, in de volgende generaties, aan een Ignatius van Antiochië, Irenaeus van Lyon, of Origenês van Alexandrië. Rond 200 waren er christengemeenschappen verspreid over heel het Romeinse Rijk en zelfs al daarbuiten. Die hielden contact met elkaar, niet alleen via reizigers, maar ook via papyrusbrieven die ze elkaar toestuurden en waarvan zelfs originelen bewaard zijn. Die christelijke gemeenten verschilden vaak van opvattingen en gebruiken, beriepen zich op eigen evangelieteksten en kenden diverse vormen van bestuur. Maar één element hadden ze alleszins gemeen. 

Abercius vertelt hoe hij eerst naar Rome reisde, waar hij een vorstin in gouden gewaad aanschouwde en een volk dat getekend was met een glanzend zegel. Dat zijn poëtische bewoordingen om te drukken dat Rome de rijkshoofdstad was, een grote groep gedoopten telde en een leidende rol speelde binnen de universele christelijke gemeenschap. 

Dat was een schok voor de Duitse, meestal vrijzinnig-protestantse, geleerden die in de late 19de eeuw de pas ontdekte opschriftfragmenten begonnen te bestuderen. Na veel tegenspartelen moesten ze toegeven dat al in de tweede helft van de tweede eeuw n.C. – laten we zeggen ten tijde van de pausen Eleutherius (174/5-189) en/of Victor (189-198/9) – ook in het Oosten, aan de kerk van Rome blijkbaar een voorrangsrol werd toegeschreven. 

Na zijn bezoek aan de hoofdstad, reisde Aberkios de andere kant uit, richting Syrië, en bereikte hij de stad Nisibis in het Tweestromenland, aan de bovenloop van Eufraat en Tigris (nu gelegen in het uiterste zuidoosten van Turkije, tegen de grens met Syrië). Naast Edessa, was Nisibis een van de grote centra van het Syrische christendom. Abercius wist zijn reisdoelen inderdaad goed uit te kiezen. Die reisdoelen waren toen al uiterst belangrijke draaischijven voor de verspreiding van het christendom. 

In Nisibis zou trouwens nog in 1915, tijdens de Armeense genocide, een verschrikkelijke slachtpartij onder christenen plaatsvinden, maar dit tussen haakjes, want we mogen de Turkse autoriteiten niet boos maken: volgens hen heeft er immers nooit een genocide plaatsgegrepen.

Overal waar het Geloof hem naartoe leidde, zo vervolgt Abercius, zette zij (= het Geloof, hier verpersoonlijkt) haar geliefden als spijs een uitgelezen Vis voor. Die Vis staat symbool voor Christus en is wellicht ouder dan het kruis als christelijk herkenningsteken. 

De letters van het woord ‘vis’ in het Grieks – ΙΧΘΥΣ (ichthys) – vormen achtereenvolgens de eerste letters van de uitdrukking Ιησοῦς Χριστός, Θεοῦ Υἱός, Σωτήρ (Iêsous Christos, Theou Hyios, Sôtêr) = “Jezus Christus, Gods Zoon, Redder.” De afbeelding van een vis verwijst dus niet alleen naar Christus, maar is ook een soort geloofsbelijdenis en kon tegelijkertijd dienen als een geheim herkenningsteken in tijden van vervolging. 

Die Vis – Christus dus – werd telkens aangeboden onder de gedaanten van brood en wijn, zegt Abercius. Dit betekent dat overal waar hij een christengemeente aandeed, hij, als teken van (h)erkenning en verbroedering, mocht deelnemen aan de eucharistie. Zo voelde hij zich altijd weer thuis, zelfs op vele honderden kilometers van zijn geboortestad. 

Slechts anderhalve eeuw (van 30 tot in de late jaren 100) scheidden Abercius van de Emmaüsgangers. In die tussentijd was er heel wat gebeurd. De christenen hadden een efficiënte organisatie, een eigen wereld uitgebouwd, en dit ondanks regelmatige tegenwerking van de Romeinse en plaatselijke autoriteiten en, erger nog, ondanks alle mogelijke onderlinge twisten. Maar er was één zaak die ze gemeen hadden, van Londen, Lyon en Carthago, over Rome tot aan de vruchtbare rivierbeddingen van Mesopotamië en de eerste cataracten van de Nijl: Zoals op die fameuze dag in Emmaüs, bleven ze Hém, én bleven ze elkaar, herkennen aan het breken van het Brood. 

Hans.hauben@kuleuven.be

Lees meer

De spirituele dimensie in de zorg brandend houden © Freepik
readmore

Beroepsvereniging Zorgpastores

icon-icon-information
Cover van het boek Zeven kruiswoorden, verhalen uit de spirituele zorg © Otheo
Lees meer

Lanceringsavond boek Zeven kruiswoorden

icon-icon-evenement
Een gedeelde missie voor alle gedoopten
readmore

Gebedsintentie paus oktober 2024: voor een gedeelde missie

icon-icon-inspiratie

Reacties

Om reacties te zien en te reageren op dit artikel moet je je eerst even aanmelden via het menu bovenaan. Tot gauw. 

Recent bezocht

Bekijk je recent bezochte microsites, auteurs en thema's
© 2026 Kerk en Media vzw
Vacatures
Contact
Voorwaarden
YouTube
Twitter
Facebook