Lezingen zondag 3 mei 2020
Eerste lezing, Hand. 2,14a.36-41
Uit de Handelingen der Apostelen.
Op de dag van Pinksteren trad Petrus met de elf naar voren en verhief zijn stem
om het woord tot de menigte te richten:
“Voor heel het huis van Israël moet onomstotelijk vaststaan, dat God,
die Jezus die gij gekruisigd hebt, tot Heer en Christus heeft gemaakt.
”Toen zij dit hoorden, waren zij diep getroffen en zeiden tot Petrus en de overige apostelen:
“Wat moeten wij doen, mannen, broeders?”
Petrus gaf hun ten antwoord:
“Bekeert u en ieder van u late zich dopen in Naam van Jezus Christus tot vergeving van uw zonden.
Dan zult gij als gave de heilige Geest ontvangen.
Want die belofte geldt u, uw kinderen en alle mensen, waar dan ook, zovelen de Heer onze God zal roepen.”
Met nog vele andere woorden legde hij getuigenis af, en hij vermaande hen:
“Redt u uit dit ontaarde geslacht.”
Die zijn woorden aannamen, lieten zich dopen, zodat op die dag ongeveer drieduizend mensen zich aansloten.
Evangelie, Joh. 10,1-10
In die tijd zei Jezus:
“Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u: wie niet door de deur, maar langs een andere weg de schaapskooi binnengaat, hij is een dief en een rover.
Maar wie door de deur binnengaat, is de herder van de schapen. Hem doet de deurwachter open.
De schapen luisteren naar zijn stem; hij roept zijn schapen bij hun naam en leidt ze naar buiten.
En als hij al zijn schapen naar buiten heeft gebracht, trekt hij voor hen uit, terwijl zij hem volgen, omdat zij zijn stem kennen.
Een vreemde echter zullen zij niet volgen; integendeel, zij zullen van hem wegvluchten, omdat ze de stem van vreemden niet kennen.”
Deze gelijkenis vertelde Jezus hun, maar zij begrepen niet wat Hij hun wilde zeggen.
Een andere keer zei Jezus tot hen:
“Voorwaar, voorwaar Ik zeg u: Ik ben de deur van de schapen.
Allen die vóór Mij zijn gekomen, zijn dieven en rovers, maar de schapen hebben niet naar hen geluisterd.
Ik ben de deur. Als iemand door Mij binnengaat, zal hij worden gered; hij zal in- en uitgaan en weide vinden.
De dief komt alleen maar om te stelen, te slachten en te vernietigen.
Ik ben gekomen, opdat zij leven zouden bezitten, en wel in overvloed.”
Rode draad door de lezingen van vandaag: bekeren… navolgen… voluit leven…
Overweging priester Jan
Beste mensen,
Jezus vergelijkt zichzelf met de Goede Herder, die zorgt voor zijn schapen.
Met beelden maakt Hij duidelijk wie hij wil zijn voor de mensen.
Meer nog Hij ‘is’ de Goede Herder.
De mensen van Jezus’ tijd verstonden wat Hij daarmee wilde zeggen.
De herders verzamelden hun schapen ’s avonds in een schaapskooi.
Dat was een stenen omheining met een doorgang, de ‘deur’.
Aan die deur hield één van de herders de wacht.
Jezus verklaart in zijn gelijkenis dat hijzelf herder is van de schapen.
De schapen herkennen zijn stem.
Misschien nog iets over die ‘deur’ waarvan Jezus zegt dat hijzelf die ‘deur’ is.
Aan sommige schaapskooien was er enkel een doorgang om binnen te komen. Maar geen poort of deur.
Dan zat de herder in de doorgang en werd als het ware de deur.
Nog eens om aan te tonen dat Hij zijn schapen kent en ook de andere herders, hij weet wie er binnen kan of niet.
Wat hebben wij daar nu aan in onze tijd, die beelden zijn vervaagd.
En toch gebruiken we deze beelden nog.
We zijn vandaag ook roepingenzondag.
We willen aandacht schenken aan onze roeping als christen.
En wat wij er mee doen?
Het verhaal van de goede herder wordt ook regelmatig gebruikt op een eerste communie.
Meestal vraag ik dan aan de kinderen wie voor hen de goede herders zijn.
Na een beetje nadenken, kunnen ze hun ouders, grootouders, broers en zussen aanduiden.
Maar ook de juf of meester van klas, hun vriendjes.
Zo ontdekken ze dat alle mensen die het goed voor hebben met hen goede herders zijn.
Ik probeer dan ook te laten aanvoelen dat zij ook al goede herders mogen zijn elkaar.
Dit alles vanuit onze grote voorbeeld Jezus, die ze mogen ontvangen in de communie.
Het goede voor hebben met elkaar in alle tijden.
Is het dat niet wat Jezus bedoelde als hij verklaarde dat hij de Goede Herder is.
Dat hij het goed vóór heeft met alle mensen.
Is dat niet onze opdracht als christen op vandaag het goed vóór hebben met elkaar, met iedereen
– is dat niet onze roeping – onze opdracht in deze wereld?
Is dat niet wat heel wat goede herders willen?
Zo mogen we met elkaar omgaan als goede herders voor elkaar.
Op deze roepingenzondag kunnen op die manier nadenken over onze persoonlijke roeping.
En ook over de specifieke roeping tot diaken, priester of religieuze…
Daarom is goed te bidden dat er zich roeping voordoen.
Alle christenen zijn geroepen om goede herder te zijn rond de Goede Herder, Jezus zelf.
Laten we ‘mens voor de mensen zijn, herder als God’.
Priester Jan