EENHEID IN VERSCHEIDENHEID
We zien in de eerste kerken, net zoals in elke mensengemeenschap, een bonte veelheid van gaven en functies en activiteiten. Er is sprake van profeten, apostelen, mensen die in klanktaal spreken, leraars, mensen die wondertekens doen, presbyters en diakens (m/v), enz. ‘De Geest blijkt bijzonder creatief in het bespelen van mensenharten’ (KV 30). Er is dus geen sprake van opgelegde uniformiteit. ‘Doof de Geest niet uit !’ vraagt Paulus uitdrukkelijk aan de christenen in Tessalonica (1Tess 5,19). Maar dat houdt uiteraard het risico in van rivaliteit en verdeeldheid.
Paulus pakt deze realiteit aan in de prachtige hoofdstukken 12-14 van zijn eerste brief aan de christenen in Korinthe (waar er meer dan genoeg ruzie was, zoals we uit de brief leren). ‘Er zijn verschillende gaven, maar er is één Geest; er zijn verschillende dienende taken, maar er is één Heer; er zijn verschillende uitingen van bijzondere kracht, maar het is één God die ze allemaal en bij iedereen teweegbrengt. In iedereen is de Geest zichtbaar aan het werk, ten bate van de gemeente.’ (verzen 4-7) Hij maakt dit op een onvergetelijke manier verstaanbaar met het beeld van het lichaam: ‘Een lichaam is een eenheid die uit vele delen bestaat; ondanks hun veelheid vormen al die delen samen één lichaam. Zo is het ook met het lichaam van Christus. Wij zijn allen gedoopt in één Geest en zijn daardoor één lichaam geworden, wij zijn allen van één Geest doordrenkt.’ (verzen 12-13; zie in de volgende verzen hoe Paulus dat beeld verder uitwerkt). Het hoogtepunt van Paulus’ pleidooi voor eenheid in verscheidenheid komt met de lofzang over de liefde, ‘de grootste is de liefde’ (13,1-13). Hij rondt zijn uiteenzetting af door wat hij gezegd heeft, toe te passen op één voorbeeld: spreken in klanktaal. Iemand die deze gave krijgt, stelt Paulus, moet samenwerken met mensen die hieraan uitleg kunnen geven. Hij of zij moet niet op zijn lauweren rusten maar blijven streven naar wijsheid. En bovenal moet hij of zij erover waken dat zijn gave dient ‘tot opbouw van de gemeente’ (14,26).
Bisschop Koen Vanhoutte :
Christenen zijn als levende stenen die samen de Kerk opbouwen. We zijn stuk voor stuk als mooie natuurstenen. Onze vorm, kleur en grootte zijn heel divers. Dit wekt makkelijk onderlinge jaloersheid en concurrentie. We raken van elkaar vervreemd. We zijn dan uit verband gespeeld. Het heeft dan geen zin te dromen van uniforme bakstenen voor de opbouw van de geloofsgemeenschap. Zo zou het leven eruit zijn of in elk geval monotoon en saai worden. Het komt er dan vooral op aan te vertrouwen op de Geest die als goede mortel de verschillende natuurstenen samenvoegt en bijeenhoudt. (KV 31)
Om te bidden
Doorstroom de Kerk
met goddelijke energie,
met nieuwe levenskracht.
Breng dynamiek
waar wij tot stilstand komen.
Wees de ziel van ons bestaan.
Geest van hierboven,
kom nu beneden.
Zo roepen wij U aan
als wij samenkomen
om Jezus' Kerk te zijn,
zijn nieuwe Lichaam in de wereld.
+ Koen Vanhoutte
Muziekfragment
In het muziekfragment kan je even kijken naar een historische uitvoering van de Achtste Symfonie van Gustav Mahler, ook Symfonie van de Duizend genoemd omdat ze door zeer veel muzikanten en zangers wordt uitgevoerd. De symfonie begint met een indrukwekkende toonzetting van de eerste verzen van de oude hymne Veni creator Spiritus (Kom, Schepper Geest).
https://www.youtube.com/watch?v=NSYEOLwVfU8
MARIA EN DE HEILIGE GEEST
Een befaamd theoloog heeft Maria een ‘icoon van het mysterie van de heilige Geest’ genoemd. We kunnen met andere woorden naar haar kijken als we willen weten wat de Geest in ons leven kan betekenen. Want misschien spreken we iets te gemakkelijk over leven in het spoor van Jezus, of naar zijn voorbeeld. Daarin zit het risico dat we te veel van onszelf eisen, en stilaan krampachtige christenen worden, enigszins teleurgesteld in onszelf en in onze wereld. Leven in de Geest kan ons vrijer en milder maken. Niet voor niets wordt de Geest van oudsher de helper genoemd, de genezer, de trooster en de stille kracht.
Laten we dus kijken naar Maria om van haar te leren wat geestelijk leven is. Lucas is het evangelie dat het meest over haar vertelt. Overigens is er in datzelfde evangelie ook meer aandacht voor de Geest dan in de andere. De eerste hoofdstukken van Lucas brengen ons naar een kring van mensen die verlangend uitzien naar de vervulling van oude beloften. Maria is één van hen. We leren haar kennen in vijf taferelen. Dat zijn de vijf ‘blijde mysteries’ van de rozenkrans geworden. We zullen bij die vijf stilstaan, telkens met bijzondere aandacht voor de werking van de Geest en de houding van Maria.
DE BOODSCHAP VAN DE ENGEL
De Geest
We kennen het antwoord van de engel op de vraag van Maria hoe het mogelijk is dat zij moeder zal worden van de Messias: ‘heilige Geest zal over u komen en kracht van de Allerhoogste zal u overschaduwen’ (1,35). Die woorden verwijzen naar de eerste keer dat God zich met zijn volk verbonden heeft. Tijdens de woestijntocht van veertig jaar naar het beloofde land, woont God tussen zijn mensen in een ‘ontmoetingstent’, waarin de ark van het verbond staat opgesteld. Wanneer de heerlijkheid van God als een wolk de tent overdekt, blijft het volk ter plaatse en wacht met verder trekken (Ex 40, 34 en Num 9,15). In het evangelie wordt Maria de ark waar God ten volle thuis kan komen, zijn woord kan laten klinken, zijn liefde kan uitleven. God verbindt zich met haar zoals hij zich met zijn volk verbonden heeft. (Eén van de aanroepingen in de Litanie van Maria is ook: ark des verbonds.)
Maria
Wat in dit eerste tafereel vooral opvalt bij Maria, is haar ontvankelijkheid en beschikbaarheid. Eerst schrikt ze. Het is de gewone reactie van elke mens wiens leven overhoop gehaald wordt. De engel zegt haar niet bang te zijn. Dat geeft haar het nodige vertrouwen om de mogelijkheid van zijn boodschap in vraag te stellen. Maar dan wijst de engel naar de kracht van God zelf. Voor God is niets onmogelijk. Daarmee gaat hij naar de kern van het geloof waarin Maria is opgegroeid. En haar ja-woord toont dat dit geloof voor haar geen dode letter is, geen vroomheid die buiten haar dagelijks leven staat. Niet haar eigen project is voortaan belangrijk, maar het werk van God.
HET BEZOEK AAN ELISABET
De Geest
In dit tafereel ‘vervult de heilige Geest’ Elisabet, nochtans een vrouw die haar leven reeds achter zich lijkt te hebben. Ze slaat aan het jubelen. Letterlijk zegt de tekst dat ze ‘het uitroept met een groot geschreeuw’ (1,41-42). De woorden die de Geest haar ingeeft, kennen we uit het Weesgegroet. Ze zegent Maria en ze zegent de vrucht van haar schoot. Ze erkent Maria als ‘de moeder van mijn Heer’ (1,43) en ze prijst haar zalig om haar geloof in Gods woord. De Geest wekt en stimuleert geloof als een bron van grote vreugde en van diepe ontmoeting met elkaar.
Maria
Het wekt toch verwondering wat Maria meteen na de boodschap van de engel doet. Ze heeft van hem vernomen dat haar nicht zwanger is en dat zet haar meteen (‘in grote haast’) aan tot actie. Zei ze tot de engel dat ze ten dienste staat van de Heer, dan wordt dat meteen concreet in de dienstbaarheid aan haar nicht. Dienstbaarheid zonder uitstel en zo lang het nodig is (‘ze bleef er ongeveer drie maanden’ 1,56).
Een ander, mooi gegeven is dat Maria pas nu, in de ontmoeting met Elisabet, haar Magnificat zingt, een lofpsalm en bevrijdingslied in één. Dat lied komt dus niet als reactie op de boodschap van de engel. Het is pas dank zij de bevestiging van een gelovige medemens, dank zij het vreugdevolle contact van hart tot hart, dat Maria zich helemaal durft overgeven aan het binnenbreken van God in haar leven.
DE GEBOORTE VAN JEZUS
De Geest
In dit tafereel komt de Geest niet uitdrukkelijk ter sprake. Op één klein detail na, als een bescheiden signaaltje dat hij hier ook aan het werk is. Want in de woorden waarmee de engel de geboorte verkondigt aan de herders in het veld, klinkt voor de eerste keer het woordje ‘Christus’ (2,11). Dat betekent: gezalfde. Welnu, de zalving van de Messias is een uiterlijk teken van de vervulling met Gods Geest. Via dit woord komt de Geest hier dus even binnen, niet toevallig opnieuw in dezelfde zin waarin sprake is van grote vreugde (zoals bij Maria en Elisabet).
Maria
We zien Maria in het geboorteverhaal doen wat elke zorgzame moeder doet. Maar Lucas schrijft ook een merkwaardig zinnetje: ‘Maria bewaarde al deze woorden in haar hart en bleef erover nadenken’(2,19). Een manier om te zeggen dat de woorden van de herders, die de boodschap van de engelen herhalen, vragen oproepen. En dat Maria een hart heeft voor vragen (er staat: ‘in haar hart’, niet in haar hoofd …).
DE OPDRACHT IN DE TEMPEL
De Geest
Rustte de Geest in vorig tafereel even uit, dan is hij nu actiever dan ooit. Liefst drie keer (op een tijdspanne van drie verzen) wordt gezegd dat de Geest de actie van Simeon bepaalt. We horen dat, net zoals bij Maria, de heilige Geest op Simeon rust; dat hij hem inspireert en naar de tempel dwingt (2,25-27). Opnieuw is het dus de Geest die de gewone gang van zaken doorbreekt door als het ware samen te werken met mensen die voor zijn werking ontvankelijk zijn. Ook al staat het er niet expliciet, uit de verhaallijn is het duidelijk dat de Geest spreekt doorheen de woorden die Simeon, en even later de profetes Hanna, over het kind verkondigen.
Maria
De tekst vertelt dat de vader en de moeder zich verwonderen over de korte lofzang van Simeon. Want daarin zegt hij niets minder dan dat hij in dit kind, hun kleintje dat hij nu in de armen neemt, Gods ‘redding’ ziet (in het Hebreeuws gelijkt het woord ‘redding’ op de naam ‘Jezus’; 2,30). Ze ontvangen zijn zegen.
Maar dan volgt nog een profetisch woord dat alleen tot Maria gericht wordt. De ‘redding’ zal niet voor iedereen dezelfde gevolgen hebben: voor de enen opstanding maar voor anderen ondergang. En dat zal blijkbaar vooral te maken hebben met wat mensen ‘in hun hart belangrijk vinden’ (2,35). Het gevolg voor Maria zelf klinkt als een lijdensvoorspelling: ze zal gekwetst worden in haar diepste wezen (er staat: psyche).
Was er tot nu toe alleen sprake over de vreugde en het geluk dat de lang verwachte Messias zal brengen, dan klinkt hier een eerste, scherpe waarschuwing. Hoewel, ook in Maria’s loflied konden we er eigenlijk al niet naast horen: het maakt een groot verschil aan welke kant je staat, want God heeft alvast kant gekozen.
JEZUS VERLOREN EN GEVONDEN
De Geest
Al wordt ook in dit laatste tafereel de Geest niet met woorden genoemd, we zien hem wel aan het werk. Eerst in de twaalfjarige Jezus die aan de leraren van Israël vragen stelt en antwoorden geeft, die iedereen verbaasd doen staan. Dan in de slotzin, waarmee het ‘kindheidsevangelie’ afsluit: Jezus groeit met de jaren in wijsheid en ‘genade’ bij God en de mensen. Dat woord, ‘genade’ klonk ook toen Maria in het eerste tafereel door de engel werd aangesproken!
Maria
In de zorg om haar kind is Maria zeer herkenbaar voor ons als mensen en als gelovigen. We herkennen haar angst en haar ontredderde vraag: ‘jongen toch …’ Zoals zijn ouders hier wanhopig gezocht hebben, zo zullen op het einde van het evangelie de vrouwen op zoek zijn naar hun gestorven Heer. En ook dan zal er sprake zijn van drie dagen.
In de twee vorige taferelen zei de tekst dat de woorden van de engel tot de herders en van Simeon ‘verwondering wekken’. Nu staat er onomwonden dat zijn ouders Jezus’ antwoord ‘niet begrijpen’ (2,50). Een tweede keer wordt gezegd hoe Maria daarmee omgaat: ‘ze bewaart alle woorden in haar hart’.
Ook dit is kennelijk leven in de Geest: naar Jezus blijven zoeken, hem vragen blijven stellen, naar hem blijven luisteren, je twijfel en je onbegrip uithouden.
SLOTBESCHOUWING
Kijkend naar Maria en luisterend naar de woorden van het Lucasevangelie, leren we de trekken onderscheiden van het portret van een mens die zich door de heilige Geest laat bewegen.
We zien de basislijn van de eenvoud. We zien de grondkleur van de openheid, het loslaten van zichzelf. Er is de kleur van het verlangen en zich niet neerleggen bij de schijnbare overmacht van het kwaad. Er is de kleur van de dienstbaarheid. De kleur van inzet en overgave, het leven dienen zoals het (maar) is. Trouw die niet wegloopt als de liefde pijn doet. Het kader rondom dit portret is het gebed, Maria bidt en overweegt, ook in momenten van twijfel en onbegrip.
Een leven bewogen door de heilige Geest is van een diepe schoonheid. Niet te verwonderen dat een oude traditie Lucas voorstelt als een schilder die Maria portretteert …
Bron: Kerk in Roeselare.