Aswoensdag Ruiselede 2026
Met Aswoensdag op 18 februari 2026 begon de veertigdagentijd.
Aswoensdag is een speciaal moment. Het is zeggen: ik doe mee, ik ben bereid deze bezinningstijd bewust door te maken. Ik wil mijn christen zijn intenser beleven. We laten ons raken door het askruisje dat op ons voorhoofd wordt getekend.
In Ruiselede was er mooie opkomst; ook de vormelingen waren uitgenodigd.
Na het krijgen van het Askruisje werd volgend gebed samen gelezen.
Van stof en as zijn we.
We zullen wegwaaien,
verstuiven naar de vier windstreken,
van stof en as zijn we.
Klein en nietig,.
Vergaan zullen we
terugkeren tot de aarde
waaruit we zijn gemaakt.
Maar tegelijk zijn we
van Jouw adem, God,
Jij hebt jouw levensadem
in de klei geblazen
die Je als een pottenbakker
tot Jouw beeld hebt gekneed.
En dat we tot Jouw hart mogen terugkeren,
dat is onze hoop.
Afscheid nemen
Afscheid nemen van het leven is het grootst denkbare afscheid. Ook het moeilijkste. Dat mocht ik ervaren toen vader aan zijn laatste stukje leven was begonnen. Die laatste dagen werden gevuld met intense momenten en beslissingen. Er werd beslist om een ziekenhuisbed te installeren in de living, met zicht op het dierenpark waar vader zo aan gehecht was.
Alles wat pluimen had, droeg zijn interesse weg. Zijn park was gevuld met fazanten, een pauw, eenden, een Indische gans en kippen. Maar ergens had hij daarvan al afscheid genomen, want zijn blik ging niet vaak meer die richting uit. Alleen wanneer hij door het venster de ‘kleintjes’ – de achterkleinkinderen – zag aankomen, veranderde zijn blik. Zijn ogen glansden en hij trakteerde hen op een warme glimlach. Ze hadden hem, in de tijd die achter hem lag, veel vreugde geschonken en dat deden ze tot op het laatst.
Vader besefte wel dat hem niet veel tijd meer gegund was, maar dat besef ging samen met een zekere berusting. Het was goed geweest. Hij die niet langer het veld kon dienen als landbouwer, had zijn ploeg aan de kant gezet. Wie na hem kwam, zou wel verder de hand aan de ploeg slaan.
Met de ziekenzalving brak een intens moment aan. Hij ontving het sacrament gelaten, bad het Onze Vader mee en maakte heel bewust het kruisteken. Zijn blik ging rond naar wie aanwezig was. ‘Waarom al dat verdriet?’ moet zijn vraag in gedachten geweest zijn.
Waken
Met het waken brak een stille tijd aan. Het was alsof ook de tijd zelf stilviel. In die stilte, waarin echt contact niet meer mogelijk was, werd waken pure aanwezigheid. Even werd er uit het dagelijkse leven gestapt om vader heel nabij te zijn.
Hoewel de uren aan zijn bed traag verstreken, leek er toch veel te gebeuren. Het leven van en met vader gleed in gedachten voorbij. Er werd gemijmerd over het verleden en herinneringen kwamen levendig naar boven. Tegelijk probeert men zich voor te bereiden op wat onvermijdelijk komt en op hoe het leven straks zal zijn. Zo neem je beetje bij beetje afscheid. Je draagt als het ware iemand het leven uit, met pijn maar ook met dankbaarheid.
Aan een sterfbed komen heel wat emoties naar boven. Het is een uniek proces. Ik heb het mogen ervaren als een zeer waardevolle tijd van dicht bij elkaar staan, ook al was er in die laatste dagen geen communicatie meer.
Waken in de nacht
Die nacht sneeuwde het. Het buitenlicht was aan en je kon in dat licht de vlokken zacht zien neerdalen. Het leek alsof het leven van vader werd toegedekt onder een zuiver laagje wit. Wat oneffen was geweest en onvoltooid, wat sterk was geweest en mooi, werd samengebracht onder dat ene witte laagje en verenigd. Het was de voltooiing van een leven dat door een mens was geleefd.
In die witte, stille, zachte ervaring was er plaats voor gebed. Op dat bijzondere moment vond voor mij het afscheid plaats. Aan de rand van zijn bed ontwikkelde zich, in het holst van de nacht, een gesprek van mens tot mens. De nacht leek alle obstakels weg te nemen en zorgde ervoor dat er met mededogen een gesprek kon plaatsvinden van vader tot zoon, zonder woorden.
Alles kwam aan de orde: de blauwe plekken, misschien wat schuldgevoel, maar ook de emoties van het goede leven en het geluk van samenzijn.
Aanwezigheid van God
In heel dit wakend samenzijn was er ook de aanwezigheid van God. In de opeenvolging van wat er gebeurde, was Hij nabij. Vader en moeder trouwden op Driekoningendag en vader ontving op Driekoningen het sacrament van de ziekenzalving. Twee sacramenten – het huwelijk en de ziekenzalving – verbonden met een bijzondere dag.
Het sacrament is voor gelovigen een plaats en moment van ontmoeting met God. De Drie Koningen waren op zoek gegaan naar Jezus en nu zou vader weldra op zoek gaan naar Hem. En op zijn verjaardag – hij zou achtentachtig jaar geworden zijn – werd hij in de uitvaartplechtigheid aan de liefde van God toevertrouwd.
Beminnen en bemind worden
Ondanks de bedrukte stemming van het naderende afscheid en het loslaten, was er de stille zekerheid dat dit leven niet verloren zou gaan in het niets. In de familie leeft het geloof dat een leven nooit eindigt, maar verdergaat in een nieuw bestaan waarvoor wij mensen geen woorden hebben.
In ons aardse leven gaat het om beminnen en bemind worden. Dat is de kern van ons bestaan. Met het sterven gaat die liefde niet verloren. Ze schept verbondenheid over alle grenzen heen en mondt uit in een God die wij Liefde mogen noemen. In dit vertrouwen zetten we de weg verder en slaan de hand aan de ploeg zoals vader het ons voordeed.
Chris Nemegheer