In wat volgt bundelen we enkele frappante uitspraken van 9-jarigen uit de derde klas.
Juf Mieke: Kan God alles?
* Hij kan geen vrede brengen op aarde, want er is veel oorlog.
* Hij zorgt ervoor dat je in je hart altijd blij bent en dat je veel vriendjes hebt. Hij zorgt ervoor dat je samen kan spelen.
Juf Mieke: Kan je bewijzen dat God bestaat?
* Ik denk het niet, nee.
* Ja, ik kan dat bewijzen, omdat ik lief ben en vriendelijk tegen de mensen. Dat kan God maken voor mij.
* Ik denk dat als God niet bestaat, dat wij dan ook niet bestaan. Als God er niet is, dan zouden wij niets weten. Tja, dan zouden we niet eens weten wie onze tante is, bijvoorbeeld.
* God zorgt er ook soms een beetje voor dat er ruzie is, maar vooral dat er vrede is.
Juf Mieke: Is God een tovenaar?
* Nee, God is geen tovenaar, maar hij kan een droevig kindje wel terug blij maken.
* God kan niet toveren, maar soms is hij er, en soms niet. Als we ruzie maken, dan is hij er niet, maar daarna weer wel. Want dan leert hij ons vergeven. Hij is bijna altijd overal waar we praten.
* Als mama’s en papa’s klein zijn, geloven ze in God, maar als ze later groot zijn, dan geloven ze daar gewoon helemaal niet meer in. De kinderen wel, want kinderen leren dat op school en grote mensen niet meer.
Juf Mieke: Straft God stoute mensen?
* Nee, want daar is hij veel te goed voor.
* Dieven krijgen bijvoorbeeld straf, want zij pikken van alles. Het is niet leuk voor de mensen die iets hebben gekocht dat het gestolen wordt.
* God straft mensen die iemand op de grond duwen. Dat kindje begint dan te wenen en dan lopen ze direct weg, zonder sorry te zeggen. God zorgt ervoor dat ze denken: “Ik ga toch sorry zeggen tegen het kindje dat ik omver geduwd heb.”
Juf Mieke: Is God helemaal alleen?
* Ik denk dat hij helpers heeft, want ik denk dat hij het niet alleen aankan.
* Ik denk dat pater Padiaan (Damiaan, nvdr) een helper is, omdat hij andere mensen geholpen heeft, terwijl hij niet aan zichzelf dacht. En zelf is hij gestorven.
* Als er ruzie komt, dan is God even naar iemand anders gegaan. Wanneer hij terugkomt, kunnen we weer vriendjes worden.
Juf Mieke: Wie denkt er af en toe eens aan God?
* Als ik bijvoorbeeld ga turnen en ik doe iets fout en de juf staat te wachten, dan denk ik soms eens aan God. En dan word ik stil.
* Mijn peter is gestorven, en ik denk dat God hem naar boven gedaan heeft.
* Als ik aan God denk, dan denk ik ook aan mijn opa. Ik denk dat ze nu samen in de hemel zijn.
Juf Mieke: Wie zou God eens willen zien?
* Ik zou wel eens willen weten hoe God er uitziet, want iedereen zegt van God dat hij er anders uitziet.
* Ik zou hem graag willen ontmoeten, omdat ik wil weten of ik er goed zal uitzien als ik naar de hemel ga.
* Als je God hebt gezien, dan pas kan je bewijzen dat hij echt bestaat of niet.
Juf Mieke: Wat zou je God zeggen?
* God, ik ben echt blij dat ik u zie.
* Ik zou hem zijn e-mailadres vragen. Is dat God@vrede.wr, van wereld?
* Ik zou hem vragen hoe hij de wereld heeft doen ontstaan, en de zon en de dinosaurussen en de mens.
Juf Mieke: Heeft God de wereld gemaakt?
* Eerst was er een aap, dan een mensaap. Die heeft allemaal hersenen bij gekregen en dan heeft hij bloemen geplant.
* Ik denk dat God samen met de natuur de wereld heeft gemaakt. De natuur heeft de bomen en de dieren gemaakt en God de rest. De mensen hebben ze samen gemaakt.
Juf Mieke: Hoe oud is God?
* Ik denk dat God al heel lang bestaat, al altijd eigenlijk. Dat is meer dan een miljard of biljoen jaar.
* Ik denk dat God niet meer bestaat, maar in ons hartje nog wel.
* Ik denk dat je niet kunt weten hoeveel jaar hij is, maar het is wel ongelooflijk lang.