Jezus houdt zich aanvankelijk aan wat Hij eerder in het Matteusevangelie zei:' Geef het heilige niet aan de honden' en 'Sla niet de weg van de heidenen in'. Hij is ervan overtuigd dat zijn zending enkel en alleen voor Israël bedoeld is. Maar deze vrouw breekt dit principe open. Wat is ze dapper! Ze spreekt Jezus aan met zijn twee titels, het typisch christelijke 'Heer' en de joodse aanspreking 'Zoon van David' of Messias. Hoewel Jezus haar geen woord gunt en de leerlingen haar willen laten wegzenden, dringt ze een tweede keer aan. Alweer gebruikt ze een christelijk gebed. Wanneer Jezus het onderscheid maakt tussen Israël en de heidenen, erkent ze dat Hij door Gods keuze eerst naar Israël is gezonden, maar breekt ze die begrenzing ook open door nederig over de kruimels te spreken die de honden opeten.
Zoveel geloof, dat raakt Jezus. Het raakt Jezus zo intens dat Hij in de woorden van die vrouw de stem van God verstaat. Hij breekt inderdaad zijn eerder princiep open en helpt haar. En of er daarna bij Jezus een openheid is voor niet-joden! In het voorlaatste vers van ditzelfde Matteusevangelie lezen we dat Jezus als verrezen Heer de elf leerlingen zendt: 'Maak alle volken tot mijn leerlingen!'
BIJ HET EVANGELIE
Twintigste zondag door het jaar A
Mt 15, 21-28 ‘Vrouw, ge hebt een grootgeloof’
In dit evangelieverhaal komt Jezus in het gebied van Tyrus en Sidon, ver buiten de vertrouwde grenzen van Israël. Daar ontmoet Hij een vrouw die alles tegen heeft: ze is geen Joodse, ze hoort niet bij het volk, ze heeft geen recht van spreken.
En toch roept ze: “Heer, heb medelijden met mij.”
Wat opvalt in dit evangelie is haar volharding. Ze laat zich niet afschrikken door stilte, door afwijzing, zelfs niet door woorden die hard klinken. Ze blijft vragen, omdat ze weet dat Jezus haar enige hoop is.
Omwille daarvan prijst Jezus haar geloof: “Vrouw,uw geloof is groot.”
Niet omdat ze perfect is, niet omdat ze alles begrijpt, maar omdat ze blijft vertrouwen wanneer alles haar ontmoedigt. Haar geloof doorbreekt drie grenzen:
- die van afkomst–ze is geen deel van Israël, maar toch vindt ze plaats aan de tafel;
- die van waardigheid – ze durft te vragen, ook al voelt ze zich klein;
- die van verwachting – ze gelooft dat Jezus meer kan doen dan zij ooit durft te dromen.
Ook wij komen soms op plekken waar we ons buitengesloten voelen, waar we denken dat God ver weg is of dat onze gebeden niet gehoord worden.
Dit evangelie zegt: geef niet op.
God laat zich raken door het geloof dat blijft aankloppen, dat blijft hopen, dat blijft vertrouwen, zelfs wanneer het lijkt alsof de hemel zwijgt. Het geloof van deze vrouw is dan ook een uitnodiging om te blijven vragen, te blijven hopen en te blijven vertrouwen. Bij Jezus is er immers altijd plaats, zelfs voor wie denkt dat hij of zij aan de rand staat of verloren is. (sf)