Deze tekst maakt deel uit van de zendingsrede. De twaalf krijgen de opdracht het Rijk Gods te verkondigen. Wat Jezus hun zegt, moeten ze uitschreeuwen. Dat en niets anders. Niet karig en achter de hoek en kant, maar vanaf de daken. Vrijuit dus en voor het grote publiek. We bevinden ons ver weg van een elitaire beweging of van een sektarisch groepje. Eerder in die toespraak heeft Jezus hun voorspeld dat ze tegenstand zullen ontmoeten, erger nog, geseling en vervolging. Maar hier moedigt Hij hen: 'Vrees niet!'. Of: 'Vertrouw!'. De basis van Jezus' vertrouwen is de Vader. het mag en moet ook het vertrouwen zijn van de verkondigers. De Vader hecht waarde aan een mus. Hij schept de mens en geeft de mens een grote waardigheid mee. Voor Hem is elke mens belangrijk. Meer nog: elk detail is waardevol in Gods ogen, zelfs het kleinste haartje telt! We weten dat sommige schilderijen voor een enorme som verkocht worden. De eigenaar zal uiterst voorzichtig omgaan met zijn dure kunstwerk. Welnu, elke mens is veel meer waard dan het duurste schilderij. Een grote reden om geen mens te kwetsen, maar teder met Hem om te gaan en geen pijn te doen. Maar de tekst begint met een fundamentele belofte. Het rijk van God zal volledig kennend worden gemaakt, welke tegenstand er ook is. Daar staat God zelf garant voor.