Ex. 17,3-7 – Het volk dat honger en dorst lijdt, stelt Mozes verantwoordelijk en vergeet dat God met hen gaat. Joh. 4,5-52 – Luisteren, elkaar horen en elkaar leren verstaan bieden uitzicht op nieuw perspectief.
Vandaag het gekende verhaal over Jezus en de Samaritaanse vrouw aan de waterput. Maar ook in de eerste lezing over Mozes met zijn volk in de woestijn, gaat het over water. Water is levensnoodzakelijk en tijdens hun lange woestijntocht is de droogte voor de Israëlieten vaak onverdraagbaar. Ze morren tegen Mozes en tegen God. God heeft hun klachten aanhoord en laat Mozes water uit een rots slaan. Het is voor hen levendgevend water, want zonder waren ze inderdaad wel van dorst omgekomen. De Samaritaanse vrouw geeft aan Jezus, die een vreemdeling, een Jood is, water, putwater waarmee zij zichzelf en anderen in leven houdt. Dankbaar voor haar vriendelijk gebaar belooft Jezus haar Levend Water. En natuurlijk hoort daar een woordje uitleg bij. Zij en velen van haar stadsgenoten erkennen in Jezus de Messias en worden leerlingen van Jezus. Geldt dit ook voor ons, na Jezus’ woorden in het evangelie? Het verhaal van de ontmoeting tussen Jezus en de Samaritaanse vrouw, leerde ons dat wij ons moeten laten aanspreken door het verlangen van elke vreemdeling en van elke ontheemde naar een menswaardig bestaan. Dan zal er geen dorst meer zijn of honger. Dan zal God zelf, als bron van Levend Water, in ons midden wonen en zijn zegen zal op ons rusten.