Dit verhaal ademt geheel en al het geloof in de verrijzenis van Jezus uit. Jezus maakt zich los van de vele mensen en gaat omhoog, de berg op, in Gods nabijheid. Daar aanbidt Hij zijn Vader, de Heer van leven
en dood, de Schepper die Hem na zijn door herschapen heeft. Ondertussen vaart de boot van de kerk verder, de wind tegen. Hoe herkenbaar in onze dagen.
En juist in het diepste van de nacht, als het licht doorbreekt, verschijnt Hij, die het licht van de wereld is. Maar het blijft moeizaam de verrezen Heer te herkennen. Ze mensen een spook te zijn. Petrus twijfelt:' Als U het bent', en Jezus noemt hem een kleingelovige. Maar de Heer openbaart zich als ' Ik ben', Gods eigennaam. Petrus wil dan over het water gaan, dat wil zeggen, over de dood heen, net zoals Jezus over de dood heen wandelt. Ja, Jezus gaat in op Petrus' verlangen en erkent zo de juistheid van die wens. De uitnodiging klinkt pijnlijk eenvoudig, met slechts een woord: 'Kom!' Zolang Petrus naar de verrezen Heer kijkt, gaat het goed. Let hij op de wind en de golven, dan zinkt hij.
In zijn diepste angst vindt hij echter de veerkracht om zich tot Christus te wensen. Hij gebruikt daarvoor liturgische woorden: Kyrie eleison - Heer, ontferm U.' Met deze angstkreet, gericht tot de verrezen Heer, gaat Petrus ons voor in het gebed. We klampen ons met hem vast aan Christus. En Hij trekt ons omhoog uit het lijden, uit de dood.
Wanneer de Heer in de boot stapt en omdat Hij bij de leerlingen aan boord gaat, wordt het rustig en stil. Hij brengt de Sjalom. En de leerlingen aanbidden nu hun God, Jezus Christus, de zoon van de Vader.