Misschien mocht u recent nog een doopsel bijwonen, zoals op 4 januari in de Sint-Jozefkerk in Evere. Misschien is het al wat langer geleden, maar zondag mogen we aanwezig zijn op het doopsel van Jezus in de Jordaan.
Zelf vind ik een doopviering één van de mooiste vieringen om mee te maken. Een doopsel roept ook zoveel gevoelens op: dankbaarheid en vreugde om de geboorte van een kind, zoals met Kerstmis, dankbaarheid om de keuze van een jongere of volwassene, verwondering, zoals bij de openbaring aan de wijzen. Het is een viering die de toekomst in zich draagt. Het is ook een viering die rijk is aan symboliek en betekenis. Die symboliek was er ook bij het doopsel van Jezus. Het kruisje, de handen, het water, de olie, het licht, …: ze spreken elk een eigen taal maar verwijzen elk ook naar God.
De eerst symboolhandeling is het geven van het kruisje. Het verwijst er naar dat gedoopt worden wil zeggen: de weg van Jezus volgen, de weg van de dienstknecht, zoals we horen bij Jesaja. Met de doop in de Jordaan kiest Jezus voluit om de wil van zijn Vader te volgen, ook al zal die weg Hem leiden naar lijden en dood. Maar ook naar Pasen, het nieuwe, eeuwige leven bij God. Het kruisje wordt niet allen door de priester of diaken gegeven. Er is de mensengemeenschap rond de dopeling: wie kiest voor de weg van Jezus, hoeft die weg niet alleen te gaan. De dopeling mag in gemeenschap groeien in geloof. Voor de gemeenschap is het een oproep om open te staan, om zich te vernieuwen, te herbronnen. Ook bij Jezus’ doop zijn er de anderen, bij Mattheüs niet uitdrukkelijk vermeld in het stukje evangelie dat we horen. Maar in de eerste verzen van het Marcusevangelie lezen we dat Jezus zich door Johannes liet dopen in de Jordaan zoals de mensen van Judea en heel Jeruzalem.
Een ander belangrijk moment bij de doopselviering is het uitspreken van de geloofsbelijdenis. In het evangelie beluisteren we de mooie geloofsbelijdenis van Johannes. Maar op welke manier ook verwoord, mensen zoeken altijd naar woorden om uit te drukken waarin zij geloven, wat voor hen waardevol is, wat of wie zin geeft aan hun leven. De lezing uit Jesaja reikt ons aan waar het in het leven als gelovige op aan komt, wat een mens ten diepste mens laat zijn: de trouwe dienstbaarheid aan God en medemens zoals Jezus die ten volle heeft voorgeleefd.
Nadien worden aan de dopeling de handen opgelegd: handen om Gods liefdevolle nabijheid, zijn steun en bescherming langs handen van mensen. De handoplegging wil zeggen: ‘Jij bent van Mij, Ik hou van je, Ik zal er zijn voor jou, op Mij mag je rekenen.’ Zo legde ook Jezus de handen op aan mensen om hen te genezen, om hen nieuw leven te brengen, om hen tot hun recht te laten komen.
Water: symbool van chaos en verwoesting maar tegelijk van nieuw leven, van vernieuwing, van bekering. In de Bijbel is het water het symbool bij uitstek van de doortocht, van de tocht van elke mens. Ook Jezus’ doop was een doortocht: gaande door het water van de Jordaan werd Gods bezielende kracht in hem werkzaam.
Na de doop met het water volgt de zalving: de Geest van God mag ook in de dopeling werken. Zoals de Geest over Jezus neerdaalde om Hem Gods kracht te geven, zo wordt de dopeling gezalfd met olie om ‘begeesterd’ te leven, om te leven zoals God het bedoelt.
Tenslotte wordt het licht ontstoken: de doopkaars wordt aangestoken aan de Paaskaars, die verwijst naar de verrezen heer. Op die manier drukken wij de kern uit van ons geloof: liefde is sterker dan haat, de dood heeft niet het laatste woord. Wij zijn en blijven geborgen in Gods hand.
Bij Jezus’ doop klonk een stem die zei: ‘Jij bent mijn geliefde Zoon, in wie Ik vreugde vind.’ Eigenlijk wordt bij elke doopviering hetzelfde gezegd: ‘jij bent mijn kind, Ik roep je op om heil te brengen bij de mensen.’ Ook tot ons gedoopten worden deze woorden telkens herhaald als een uitnodiging, een oproep om de weg van Jezus te gaan, een weg die ten leven leidt.
Pastor Chris
