Wij weten hoe het voelt
wanneer de dood ons een geliefde wegneemt.
Het gemis duikt op, telkens weer,
onverwacht.
Hoe gelovig we ook willen zijn:
dood voelt als.een abrupt wegvallen
van iemand die was en nog had kunnen zijn.
Voor de leerlingen van Jezus was het niet anders.
Hun vriend, hun meester, hun hoop:
werd aan het kruis genageld.
Het graf was leeg.
Geen dood lichaam meer.
Er moet iets gebeurd zijn.
Ze hebben Hem ontmoet,
na zijn dood.
Hij at met hen.
Ze konden Hem aanraken, niet vasthouden.
Ze herkenden hem niet meteen.
Toch was Hij het, helemaal anders,
Verassend levend.
Ze bleven stil, verdrietig,
op zichzelf teruggeworpen.
Tot Hij definitief van hen wegging.
Tot zijn Geest kwam.
En precies dán, in het stille verlies
werd het Pasen in hén.
Er is iets bijzonder gebeurd.
Zijn boodschap is niét gestopt aan het kruis.
Wat Hij begon, ging verder.
Sterker nog: het begon daar echt.
Ze kregen kracht om verder te gaan.
Liefde werd sterker dan wanhoop.
Opstanding midden verdriet,
kreeg gestalte in hun leven
“Christus is verrezen, Alleluia!”
Geen slogan,
maar een weg om te gaan.
Een levenslange tocht.
Steeds opnieuw leren kijken met nieuwe ogen:
naar mensen,
naar wie ons raakt,
naar Gods schepping.
naar elk nieuw begin.