Nu de eerstecommunievieringen stilaan achter de rug zijn en we in ons dekenaat ongeveer 430 communicanten en hun gezinnen mochten ontvangen, stelde een parochiaan mij de vraag: ‘Gaan ze vanaf volgende week of nadien regelmatig blijven komen?’ Een interessante vraag waarop geen eenduidig antwoord bestaat.
Vooreerst hebben we de afgelopen jaren gewerkt aan het integreren van de eerstecommunievieringen in de gewone parochievieringen. Sommige parochies stonden daarin verder dan andere, maar vandaag kunnen we zeggen dat bijna alle eerstecommunievieringen plaatsvinden binnen de gebruikelijke uren van de zondagse vieringen. Dat heeft uiteraard gevolgen. Om de groepen niet te groot te maken, zijn er vaak meerdere vieringen nodig.
Een tweede aandachtspunt was de verdere integratie van de eerste communie in de zondagse eucharistie, met een groeiende eigen inbreng van de kinderen. Mede dankzij de ingroeivieringen zien we hierin een dubbel proces, zowel bij de gezinnen als bij de geloofsgemeenschappen. Denk bijvoorbeeld aan de korte refreinen die de kinderen aanleren en waarbij de gemeenschap spontaan mee zingt.
Een gevolg van deze evolutie is dat de impact van de school verminderd is. Dat heeft ook te maken met het dalende aantal kinderen dat binnen dezelfde klasgroep zijn eerste communie doet. Tegelijk is de verantwoordelijkheid van de ouders groter geworden. Op dat vlak hebben we zeker stappen vooruitgezet op de weg naar een betere integratie van de eerste communie in de zondagse eucharistie.
Eerlijkheidshalve moeten we echter erkennen dat we er nog niet zijn. Het aantal kinderen dat na hun eerste communie regelmatig blijft deelnemen aan de eucharistievieringen zal wellicht nog niet spectaculair gestegen zijn. Misschien zijn het er enkelen. Laten we daarop hopen en ervoor bidden.
Met wat volgt wil ik naar niemand met de vinger wijzen, maar wel proberen door te dringen tot enkele diepere oorzaken. Misschien kan dat ons helpen om na te denken over een andere aanpak.
Sommigen zullen zeggen: ‘Als de vieringen kindvriendelijker waren, zouden ze meer komen.’ Natuurlijk moeten we ons inspannen om kinderen op een goede manier te betrekken. Anderen zullen zeggen: ‘Als het onthaal warmer was, zouden ze blijven komen.’ Uiteraard moeten we ons best doen om gastvrij en uitnodigend te zijn. Ook daar is nog werk aan de winkel.
Nog anderen menen dat mensen zouden blijven komen als de bijbelteksten en de traditionele gebeden vervangen werden door frisse teksten die iedereen begrijpt. Natuurlijk moeten we streven naar een taal die verstaanbaar is. Maar wanneer we loskomen van wat wezenlijk is om het te laten gaan over waar het werkelijk om draait, dan houdt de eucharistie op eucharistie te zijn.
Laten we daarom wat dieper graven.
De eucharistie en de sacramenten in het algemeen veronderstellen een aantal zaken die in Vlaanderen, en ruimer in de westerse wereld, grotendeels verdwenen zijn. Eén daarvan is het geloof zelf. Omdat verschillende sacramenten in de praktijk gekoppeld werden aan een bepaalde leeftijd en ingebed raakten in maatschappelijke tradities, kregen ze geleidelijk een betekenis op zichzelf, los van hun eigenlijke inhoud.
Soms zijn het zelfs mensen binnen de Kerk geweest die probeerden een antwoord te vinden op een probleem dat toen al bestond. Zo kreeg het doopsel vaak de betekenis van een viering van nieuw leven. De eerste communie werd gezien als een overgang van de kleuterschool naar het lager onderwijs en het vormsel als een overgang van het lager naar het secundair onderwijs.
Nochtans is er maar één sacrament dat werkelijk een overgang betekent naar een nieuw leven: het doopsel. Het is de overgang naar een leven in verbondenheid met God, met Jezus Christus, en met de gemeenschap van leerlingen die wij Kerk noemen.
Die verbondenheid groeit doorheen een relatie met Jezus Christus. Dat groeiproces noemen we evangelisatie. En precies daar raken we aan een fundamentele vooronderstelling die vandaag vaak ontbreekt.
Het probleem van de broodnodige evangelisatie lossen we niet op met enkele ingroeivieringen. In een samenleving die grotendeels ontkerkelijkt of geseculariseerd is, heeft de Kerk uiteindelijk maar één antwoord: evangeliseren. Dat behoort immers tot haar wezenlijke zending.
Naarmate mensen ontdekken dat een relatie met Jezus Christus een antwoord kan bieden op diepe menselijke verlangens, komen ook het geloof en de sacramenten in een ander licht te staan.
Je zet ook niet zomaar twee mensen bij elkaar omdat ze de juiste leeftijd hebben bereikt en zegt vervolgens dat ze een paar keer moeten afspreken, in de hoop dat er een relatie ontstaat. Die kans bestaat, maar is eerder klein. Weinigen zouden dat een goede methode vinden om mensen met elkaar te verbinden. Hetzelfde geldt voor het geloof.
Daarom moeten we geen stenen werpen naar de kinderen, hun ouders, de leerkrachten of de scholen, ook al voelen we allemaal de spanning die er bestaat. Het erkennen dat we een probleem hebben en dat we niet zomaar kunnen verdergaan zoals vroeger, is al een belangrijke stap.
Maar het aanvaarden van deze en andere consequenties heeft uiteraard gevolgen. In die zin is het voor een stuk begrijpelijk dat veel communicanten de week nadien niet meer aanwezig zijn.
Het is niet moeilijk om vast te stellen dat we voor enkele grote uitdagingen staan. Misschien beseffen velen wel dat we niet kunnen doorgaan zoals voorheen, maar de vraag blijft: hoe moeten we dan wel verder?
Dat is een belangrijke vraag voor iedere gedoopte vandaag, maar in het bijzonder voor wie verantwoordelijkheid draagt in de Kerk. Verandering is vaak een lange en moeizame weg, met tegenkanting en verdriet, maar ook met hoop. Want onze gids is ervaren, Jezus Christus zelf.
Momenteel komt een werkgroep Reflectie samen om de situatie te analyseren, te onderscheiden en een weg voor te bereiden die vervolgens gedeeld zal worden met de parochieploegen, het dekenaat en het bisdom. Ook tijdens een pastoraal beraad zullen we hierover verder in gesprek gaan.
De nabije toekomst
Dat deze weg van verandering tijd zal vragen, staat buiten kijf. Concreet willen we volgend jaar de gemaakte keuzes verder uitrollen en met alle betrokkenen in gesprek gaan om deze veranderingen duidelijk toe te lichten.
Het eerstecommunietraject bouwt verder op wat we de afgelopen twee jaren reeds hebben uitgewerkt. Ouders die overwegen om met hun kind op weg te gaan naar de eerste communie, vinden een beknopte uitleg in de folder die beschikbaar is via de website, in de kerk en via de scholen.
De lijst met de data van de vieringen voor volgend jaar is eveneens terug te vinden op de website.
Aanmeldprocedure
Ouders die deze weg willen gaan, melden hun kind aan via het formulier dat je vind via deze link.
In september volgt een uitnodiging voor de eerstecommunietocht, waaraan ouder en kind samen deelnemen. In december vindt de eerste ingroeiviering plaats, gekoppeld aan de definitieve inschrijving.
Deken Emmanuel Vidts