Aswoensdag en de veertigdagentijd: een weg van bekering en hoop
Met Aswoensdag begint elk jaar opnieuw de veertigdagentijd. Dit jaar is dit op woensdag 18 februari. In de kerk ontvangen we een askruisje op het voorhoofd, met woorden die ons niet onberoerd laten: “Gedenk, mens, dat je stof bent en tot stof zult wederkeren” of “Bekeer u en geloof in het Evangelie.” Het zijn geen harde woorden, maar eerlijke woorden — woorden die ons uitnodigen om stil te staan bij wie we zijn en waartoe we geroepen zijn.
De bijbelse betekenis van de as
In de Bijbel is as een sterk symbool. Wie as draagt, erkent zijn kwetsbaarheid en afhankelijkheid van God. Zo bedekt Job zich met as in zijn lijden (Job 42,6), en roepen de profeten het volk op tot bekering met vasten en as (vgl. Jona 3,6). As herinnert ons eraan dat het leven breekbaar is, maar ook dat God juist met dat breekbare leven verder wil gaan.
Het askruisje is geen teken van schuld, maar van vertrouwen: we leggen ons leven opnieuw in Gods handen.
Vasten: meer dan minder eten
De veertigdagentijd verwijst naar de veertig dagen die Jezus vastte in de woestijn (Matteüs 4,1-11). Hij trok zich terug om te bidden, om te luisteren, om zich volledig te richten op de wil van de Vader. Ook voor ons is vasten geen doel op zich. Het gaat niet om minder eten alleen, maar om meer ruimte: ruimte voor God, voor de ander en voor wat echt telt.
De profeet Jesaja verwoordt het scherp:
“Is dit niet het vasten dat Ik verkies: onrecht breken, brood delen met wie honger heeft?” (Jesaja 58,6-7)
Vasten krijgt pas betekenis wanneer het samengaat met gebed en solidariteit.
Een weg naar Pasen
De veertigdagentijd is geen sombere tijd, maar een weg van hoop. Stap voor stap groeien we toe naar Pasen, het feest van verrijzenis en nieuw leven. Door stil te worden, iets los te laten en bewuster te leven, openen we ons hart voor Gods vernieuwende kracht.
Moge Aswoensdag voor ons het begin zijn van een weg die ons dichter bij God en bij elkaar brengt.
Marc Van Iseghem