De dagen zijn kort en de nachten lang, de winter neemt het over van de herfst. De mensen trekken zich terug in hun huizen van steen en zien alweer uit naar de lente en de zomer om naar buiten te kunnen, het licht tegemoet … want zo zijn wij, zonzoekers en zinzoekers, lichtzoekers … En dan te weten en te voelen, te zien en te horen dat er een groot Licht op komst is, een echte warme week, wanneer de winter even geen winter meer is wanneer de nacht even geen nacht. Uit het meisje Maria zal een Kind worden geboren, een Kind van God, het Licht van de wereld. Hij zal een groot en teder man worden, Hij zal uitgroeien tot de Verlosser van de wereld, want Hij wil voor alle mensen, zonder onderscheid, een wereld van vrede en licht zijn, kerstlicht voor altijd en in elk huis.