De grondtoon van dit werkjaar roept ons op om te getuigen van de vreugde van het Evangelie. Daarvoor is het volgens paus Franciscus nodig dat we zelf bezield zijn door Gods Geest.
Spontaan denk je in deze tijd van het jaar dan aan Maria. In het evangelie horen we dat ze vervuld is van genade, dat de Heer bij haar is en dat zijn Geest over haar komt. Zo sterk is die genade dat ze ook Elisabet aansteekt met de Geest en dat ze allebei juichen van vreugde.
Maar ook de andere grote Bijbelfiguren van de Advent vertellen ons iets over het werk van de Geest. De profeet Jesaja wekt het vertrouwen dat bevrijding, vrede en rechtvaardigheid geen droombeelden voor naïeve idealisten zijn maar beloften van een God die zich aan de zijde schaart van al wie kiest voor verzet en kleine goedheid.
Bij Johannes de Doper horen we de verontwaardiging en het protest. Dat staat haaks op de onverschilligheid die ons soms verdooft. En het is niet zomaar eventjes roepen tegen de ‘anderen’, neen, de Geest maakt je zelf solidair in heel concrete dingen.
Precies zoals Jozef, die heel goed luistert. Die de tekenen van de tijd verstaat en dan doet wat hij kan om het kwetsbare leven alle kansen te geven. Ook als hij daarvoor zijn eigen belang opzij moet zetten.
De Bijbelteksten van de Advent helpen ons groeien in geloof en durf om te getuigen van het Evangelie. Want ze laten ons ‘in kennis’ komen met een Geest van diep vertrouwen, opstandigheid, aandacht voor de kleinen, eenvoud en dienstbaarheid. De Geest van een nieuwe schepping.
Meer lezen of bekijken: klik op deze link