Als de wereld er niet beter van wordt,
hebben wij geen reden van bestaan,
als mens niet,
als gezin niet,
als groep van mensen niet,
als kerk niet.
Wij zijn het zout der aarde,
en dus bedoeld
om smaak te geven aan het leven.
Wij zijn het licht van de wereld, en dus bestemd
om alle duisternis uit het leven te weren.
Wij staan ten dienste van het geluk van allen...
De één met de pen,
de ander met de schop,
een ander met een computer.
De één achter de kassa,
de ander in de fabriek,
een ander op school.
De één in de politiek,
de ander in het sociale leven,
een ander aan het ziekbed.
De één in de kleine kring van het gezin,
een ander in de stilte en de eenzaamheid.
Maar allen staan wij ten dienste
van het geluk van allen.
Dat is onze reden van bestaan.