Op vrijdagavond 20 maart 2026 verzamelden de vormelingen van Groot-Grimbergen samen met hun ouders, broers, zussen en catechisten in de basiliek van Grimbergen voor de viering van de kruisoplegging. Het was een warme en deugddoende viering waarin verbondenheid en geloof centraal stonden.
Vanaf het begin werd duidelijk dat deze viering meer was dan zomaar een stap in de voorbereiding op het vormsel. In een sfeer van stilte en verwachting werden de jongeren welkom geheten als gemeenschap. Het intredelied “Kom dichterbij” bracht meteen een krachtige boodschap: niemand blijft achter, we horen bij elkaar. Die verbondenheid liep als een rode draad doorheen de hele viering.
Tijdens het vergevingsmoment werd stilgestaan bij de betekenis van het kruis: de verticale balk die ons verbindt met God en de horizontale balk die ons verbindt met elkaar. Het werd een sterk moment van bezinning, waarbij de vormelingen zelf woorden gaven aan hun verlangen om meer te leven vanuit de liefde voor God en voor de naaste.
In de lezingen en het evangelie klonk een duidelijke uitnodiging: wie Jezus wil volgen, moet bereid zijn zijn kruis op te nemen: niet als last, maar als een teken van liefde en engagement. Het verhaal van Simon van Cyrene maakte dit concreet: een kleine daad van hulp kan een groot verschil maken in het leven van een ander én in je eigen hart.
De homilie sloot hier mooi bij aan. De jongeren werden uitgenodigd om het kruis niet enkel te zien als een symbool, maar als een oproep tot kleine, concrete daden van goedheid: een helpende hand, een bemoedigend woord, er zijn voor iemand die het moeilijk heeft. “Het kleine goede, dat is wat ons verbindt” klonk het treffend.
Het hoogtepunt van de viering was de eigenlijke kruisoplegging. Eén voor één kwamen de vormelingen samen met hun ouders naar voren om hun kruisje te ontvangen. Het was een pakkend en ontroerend moment: een zichtbaar teken van hun geloof en van hun engagement om Jezus na te volgen in het dagelijks leven. Het kruisje werd hen meegegeven met de woorden: “Moge dit kruisje een teken zijn van je geloof.”
Ook in de voorbeden klonk de verbondenheid sterk door: er werd gebeden voor mensen die het moeilijk hebben, voor ouders en begeleiders, voor de vormelingen zelf en voor de hele parochiegemeenschap. Het werd zo een viering gedragen door velen, waarin jong en oud samen baden en vierden.
Op het einde van de viering kregen de jongeren nog een warme zending mee: het kruisje dat zij ontvangen hadden, mocht een blijvende herinnering zijn aan Jezus’ weg van liefde en een uitnodiging om ook zelf het kruis van anderen mee te helpen dragen.
Deze kruisoplegging was voor onze vormelingen een belangrijke en betekenisvolle stap op weg naar hun vormsel: een stap die hen uitnodigt om te groeien in geloof, hoop en liefde, en om als jonge christenen mee te bouwen aan een wereld waarin zorg en verbondenheid centraal staan.