De paastijd, de vijftig dagen tussen Pasen en Pinksteren, is in onze parochies een periode van intense activiteit. Kinderen bereiden zich voor op hun eerste communie en het vormsel. Deze vieringen raken gezinnen, scholen en gemeenschappen. Maar tegelijk stellen ze ons voor een eerlijke vraag: bouwen deze momenten onze geloofsgemeenschap op, of dreigen ze ons uit te putten?
Het antwoord ligt niet zozeer in de vieringen zelf, maar in de manier waarop we ermee omgaan.
Enerzijds is er het reële risico dat deze sacramenten verworden tot loutere tradities. Wanneer de eerste communie wordt beleefd als een eenmalig familiefeest, of het vormsel als een symbolisch afscheid van de Kerk, dreigt de diepere betekenis verloren te gaan. De nadruk komt dan te liggen op feestkledij en cadeaus, terwijl de band met de geloofsgemeenschap verzwakt. Tegelijk rust er een grote druk op een steeds kleinere groep vrijwilligers, die zich met veel inzet blijven engageren.
Anderzijds schuilt er in deze periode een bijzondere kans. Wanneer we eerste communie en vormsel benaderen als momenten van ontmoeting met Christus, kunnen ze uitgroeien tot echte bouwstenen van onze parochie. Het zijn kansen om kinderen én hun ouders opnieuw te verbinden met het geloof en met de gemeenschap.
In een missionaire parochie begint alles bij gebed. De paastijd nodigt ons uit om bewust toe te leven naar Pinksteren, bijvoorbeeld met een noveen om de gaven van de Heilige Geest. Vanuit dat gebed groeit een andere blik: de eerste communie is geen schoolfeest, maar een thuiskomen in de eucharistische gemeenschap. Het vormsel wordt dan een persoonlijk Pinksteren, een bewuste keuze om verder te groeien in geloof.
Bijzonder belangrijk is ook de betrokkenheid van ouders. Ouderavonden zijn méér dan praktische afspraken; het zijn unieke kansen tot catechese. Vele ouders hebben hun geloofskennis gaandeweg verloren. Door met hen in gesprek te gaan en het geloof opnieuw aan te reiken, kan er iets nieuws groeien.
Daarnaast vraagt deze periode om een sterke, gedragen ploeg. Niet alleen om de vele praktische taken op te vangen, maar vooral om samen een visie te delen. Waar mensen zich verbonden weten in geloof en engagement, wordt de last lichter en de vreugde groter.
Zo wordt duidelijk: deze sacramenten zijn niet per definitie slopend. Ze worden het wanneer ze routine worden. Maar wanneer we ze beleven als momenten van evangelisatie, van ontmoeting en van gemeenschap, kunnen ze juist nieuw leven brengen.
Misschien ligt daarin wel de kern van onze opdracht: van deze vertrouwde vieringen opnieuw echte geloofsmomenten maken — momenten waarop mensen zich welkom weten, geraakt worden, en een stap zetten op hun weg met Christus.
Marc Van Iseghem