Elke zondag komen wij bijeen om in de eucharistieviering ons geloof te voeden rond het Woord van de Heer en de Gaven die Hij met ons deelt.
TOLLENAARS EN ZIEKEN
Er is in Brussel een drugsnetwerk opgerold. Dat is een hele stap vooruit, want die netwerken brengen veel zwaar geweld op straat. Dat is een grote overwinning. Vooral omdat zichtbare drugsgebruikers in stations en donkere hoekjes op straat en in parken gemakkelijk beschouwd worden als het uitschot.
In Jezus’ tijd werden tollenaars en zondaars vaak in één adem genoemd als de omschrijving van de onderkant van de samenleving. Farizeeën en andere mensen die zichzelf als voorbeelden beschouwden keken op hen neer. Overspelige vrouwen en prostituees behoorden ook tot die laagste categorie.
In het evangelie is Jezus bij een tollenaar te gast en dat levert hem meteen veel kritiek op. Jezus begint zich niet te verdedigen met een uiteenzetting over goed en kwaad. Hij noemt de tollenaars en zondaars ‘zieke mensen die genezing nodig hebben’. Daardoor verandert het perspectief. De kijkhoek is helemaal anders geworden, want iedereen kan ziek worden, ook de farizeeën. Een zieke wordt niet veroordeeld maar geholpen. Jezus wil alle zondaars helpen rechtvaardig en goed te leven. Dat is Gods barmhartigheid.
De grote drugsnetwerken oprollen en hun geld afpakken is één kant van het probleem. Goed dat daar met succes aan gewerkt wordt. Drugsgebruikers zelf zijn niet de grote misdadigers. Zij moeten niet uitgestoten maar geholpen worden. Alle tollenaars en zondaars van vandaag zijn zieken in Jezus’ ogen. Wij ook.