Elke zondag komen wij bijeen om in de eucharistieviering ons geloof te voeden rond het Woord van de Heer en de Gaven die Hij met ons deelt.
VAN TWEE EEN
Ik ken iemand die van twee of drie afgeleefde en versleten fietsen een goed rijdend exemplaar kan maken. Het is geen nieuwe fiets maar hij rijdt goed. Van twee één.
Dat is wat Jezus wil zeggen met de parabel die we juist hebben gelezen. Een vader met twee zoons. Ze krijgen allebei dezelfde opdracht maar de reactie is verschillend.
Jezus tekent daarmee twee houdingen die in de meeste gelovige mensen voorkomen. Wij kennen allemaal de wil van de Vader: de mensen beminnen en God beminnen.
Soms zeggen wij dat wij gelovig zijn maar is ons leven er niet naar. Dat is zonde. Als we ons leven beteren en uit onze keuzes blijkt dat wij Gods wil doen, dan bekeren wij ons. Zonde en bekering horen bij het leven van de christenen. Waarschijnlijk is geen enkele mens altijd en overal zondaar. Er zijn momenten van bekering. Waarschijnlijk is geen enkele mens altijd en overal rechtschapen. Er zijn momenten van zonde.
Jezus wordt boos als de zoon die neen zegt maar toch gaat werken, wordt geprezen. Het is alsof die helemaal goed is en zijn broer helemaal slecht. Het is van twee één: zonde én bekering.
De man die aan fietsen knutselt vergeet soms de bel, of het licht maar nooit een wiel. Hij maakt van enkele wrakken een bruikbare fiets. Ons leven als christenen is ook niet puntgaaf. We zijn soms zondaars maar we kunnen ons bekeren, want de wil van de Vader, die kennen we.